Wat is de betekenis van stond?

2019
2021-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stond

stond - Zelfstandignaamwoord 1. (formeel) tijdstip stond - Werkwoord 1. enkelvoud verleden tijd van staan ♢Ik stond ♢Jij stond ♢Hij, zij, het stond Synoniemen stonde

Lees verder
1973
2021-05-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

stond

m. (-en), 1. (thans alleen in plechtige taal) tijd, tijdstip, tijdsgewricht: dat ik toch vroom mag’ blijven Uw dienaar t’aller —; 2. tijd van onbepaalde duur: bid-, dankstond; 3. gelegen tijd, gunstige tijd: op tijd en —.

Lees verder
1955
2021-05-16
vreemd

Vreemde woordenboek

Stond

stabiel, duurzaam, bestendig; in vaste evenwichtstoestand zijnde.

1950
2021-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

STOND

m. (-en).

1898
2021-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stond

Stond - m. (-en), STONDE, v. (-n), uur; op dien stond, te dezer stonde, op dezen oogenblik ; — van stonden aan, van dit oogenblik aan, dadelijk te beginnen,

Lees verder