Wat is de betekenis van stond?

2019
2022-10-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stond

stond - Zelfstandignaamwoord 1. (formeel) tijdstip stond - Werkwoord 1. enkelvoud verleden tijd van staan ♢Ik stond ♢Jij stond ♢Hij, zij, het stond Synoniemen stonde

Lees verder
2004
2022-10-06
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

stond

zie tijd.

1973
2022-10-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

stond

m. (-en), 1. (thans alleen in plechtige taal) tijd, tijdstip, tijdsgewricht: dat ik toch vroom mag’ blijven Uw dienaar t’aller —; 2. tijd van onbepaalde duur: bid-, dankstond; 3. gelegen tijd, gunstige tijd: op tijd en —.

Lees verder
1955
2022-10-06
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Stond

stabiel, duurzaam, bestendig; in vaste evenwichtstoestand zijnde.

1950
2022-10-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

STOND

m. (-en).

1937
2022-10-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

stond

m. stonden (tijdstip; uur): op die stond.

1930
2022-10-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

stond

(stont) m.(-en) [~ staan; rustpunt] uur: op die -.

1898
2022-10-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stond

Stond - m. (-en), STONDE, v. (-n), uur; op dien stond, te dezer stonde, op dezen oogenblik ; — van stonden aan, van dit oogenblik aan, dadelijk te beginnen,

Lees verder
1864
2022-10-06
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Stond

Stond, m. (-en), uur; op dien -, te dezer -e, op dezen oogenblik; van -en aan, van dit oogenblik aan, dadelijk te beginnen; de -en, maandstonden, maandzuivering (der vrouwen).

1573
2022-10-06
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Stond

Momentum: & Spatium: & Hora. germ. stund: sax. stunde. Van stonden aen. j. ter-stondt. Statim, extemplo, ilico.

Lees verder