STIPPELEN
(stippelde, heeft gestippeld), 1. (overg.) uit stippels samenstellen; van stippels voorzien; door. stippels aanduiden: gestippelde lijnen; een lijn stippelen: 2. (onoverg.) (litt. t.) stippels vormen, zich als stippels vertonen: kleine sterren stippelden bleek om de schijf van de maan.