Wat is de betekenis van stiefzoon?

2024-06-15
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-15
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

stiefzoon

zoon van iemands partner. zoon van iemands partner uit een eerdere relatie. Voorbeelden: Het dichten deed Hikmet er in het gevang bij. Om in zijn levensonderhoud - en dat van zijn derde vrouw Pirâye en stiefzoon Memet - te voorzien, weefde hij tapijten en vertaalde hij literatuur, bij voorbeeld Tolstojs Oorlog en vrede. NRC,...

2024-06-15
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

stiefzoon

stiefzoon - Zelfstandignaamwoord 1. mannelijk kind uit een eerder huwelijk van de echtgenoot Zijn stiefzoon hield net zoveel van tennis als zijn beide dochters. Woordherkomst afgeleid van zoon met het voorvoegsel stief-

2024-06-15
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-06-15
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

STIEFZOON

m. (-s, ...zonen), kind van een eerste man of een eerste vrouw.

2024-06-15
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

stiefzoon

m. stiefzoons, stiefzonen; zie stiefdochter.

2024-06-15
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

stiefzoon

('sti:f) m. (...zonen, -s) zoon van een eerste man of een eerste vrouw.

2024-06-15
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

stiefzoon

m. (-s, -zonen), zoon uit een vorig huwelijk van man of vrouw.

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-15
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)