Wat is de betekenis van sticht?

2024-07-25
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

sticht

Het begrip sticht heeft 2 verschillende betekenissen: 1) geestelijke stichting. geestelijke stichting, met name een klooster of abdij, en vaak tegelijk een instelling voor katholiek onderwijs. 2) gebied waarover een abt of bisschop regeerde.

2024-07-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

sticht

sticht - Zelfstandignaamwoord 1. (religie) klooster, stift 2. bisdom 3. berijdbare weg tussen boerderij en straatweg sticht - Werkwoord 1. enkelvoud tegenwoordige tijd van stichten 2. gebiedenwijs van stichten

2024-07-25
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Sticht

(stift) klooster; bisdom

2024-07-25
Kerkelijk woordenboek

Professor mag. dr. J.B. Kors o.p. (1967)

Sticht

(stift), een stichting, gebouw, klooster, abdij; het gebied van een bisschop of abt en de bewoners daarvan.

2024-07-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

STICHT

I. v. (-en), (gew. vorm naast steg en steeg) berijdbare weg die een boerderij met de openbare weg verbindt; II. stift, o., 1. klooster, geestelijk gesticht: zeg wat is dat voor een sticht? waagde ze eindelijk te vragen: een adellijk sticht; 2. bisdom: het sticht van Utrecht; 3. vandaar Het Sticht als benaming v...

2024-07-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

Sticht

o. (gesticht, klooster; inz. het gebied der bisschoppen van Utrecht, met Utrecht als hoofdstad); zie Nedersticht, Oversticht.

2024-07-25
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Sticht

deel v/d prov. Utrecht; vroeger naam v/h wereldlijke gebied der bisschoppen v. Utrecht.

Wil je toegang tot alle 15 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

sticht

o. (-en) 1. Eig. gesticht, klooster, abdij. 2. Metn. eertijds landstreek onder een abt of bisschop staande: het Utrecht; Neder-, Oversticht.