Wat is de betekenis van stevig?

2019
2020-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stevig

stevig - Bijvoeglijk naamwoord 1. van aanzienlijk sterkte De bokser deelde in die ronde een paar stevige klappen uit. 2. fors, van grote omvang 3. flink, behoorlijk stevig - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stevigen ♢ Ik ...

Lees verder
2018
2020-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stevig

stevig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ste-vig 1. nogal groot ♢ het is een stevige vrouw 1. een stevige tante [een forse vrouw] 2. krachtig en flink...

Lees verder
1973
2020-11-29
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

stevig

bn. en bw. (-er, -st), 1. krachtige weerstand biedend, hecht samenhangend, moeilijk verwrikbaar: – linnen; goed in elkaar zittend; bw.: iemand – vasthouden; 2. krachtig: een stevige knaap, krachtig gebouwd; 3. van flinke omvang: een boekwerk van drie stevige delen; (van een maal, een dronk), een – glas, heel wat glazen, een flinke...

Lees verder
1898
2020-11-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stevig

Stevig - bn. bw. (-er, -st), STEVIGLIJK, bw. (w. g.) vast, stijf: stevig linnen, laken, hout; — hecht, sterk : een stevig gebouw; een stevige knaap, kerel, die sterk, gespierd is; —Hink, heel goed: stevig doorstappen; iets stevig vastmaken; (fig.) stevige kost, krachtig voedsel; — hij lust een stenigen borrel, hij drinkt veel ste...

Lees verder