Wat is de betekenis van stengel?

2022
2022-08-13
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

stengel

(1970) (inf.) mannelijk lid. Zie ook: stengelen*; stengel zwengelen. • Je wilt zeker die opgezette stengel van je weer in mijn (op jouw verzoek, sijkert) afgeschoren je-weet-wel stoppe. Nou je kan mooi de pot op. (Ik hou van jou. Liefdesbrieven geselecteerd door Eva Hoornik. 1970) • Ik lag op mijn rug en Patricia zat schrijlings op me en...

Lees verder
2019
2022-08-13
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stengel

stengel - Zelfstandignaamwoord 1. (plantkunde) langgerekt en stevig orgaan van een vaatplant dat water en voedingstoffen vervoert De stengel kan rond, hoekig en geribd, gevleugeld, glad, hol of gevuld zijn.

Lees verder
2018
2022-08-13
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stengel

stengel - zelfstandig naamwoord uitspraak: sten-gel 1. dunne steel van een plant ♢ de stengel van de roos was geknakt Zelfstandig naamwoord: sten-gel de stengel de stengels ...

Lees verder
1981
2022-08-13
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

stengel

Elke kiemplant toont duidelijk de beide hoofddelen van de plant: boven de grond de meestal groene stengel en in de grond de niet groene wortel. Kenmerkend voor de stengel zijn de bladeren, die aan de wortel steeds ontbreken. Bij de meeste planten vertakt de hoofdstengel zich en vormt zijstengels. De hoofdvormen van de stengel zijn de kruidachtige s...

Lees verder
1974
2022-08-13
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

stengel

(L., caulist), orgaan van een plant. Kan zijn: kruidachtig, is dan groen, sappig en vrij zacht, bij kruidachtigen; houtig, is dan grijs tot bruin, droog en vrij hard, bij houtige planten. Dient voor: transport van water en voedingszouten en van assimilatieprodukten, aanhechting van bladeren en bloemen, stevigheid, ➝ lid, ➝ knopen, ➝ vaatbundels....

Lees verder
1973
2022-08-13
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

stengel

m. (-s), 1. dat deel van de plant dat bladeren, knoppen en bloemen draagt, geleed is en zich daarmee onderscheidt van de wortel (e); 2. stengelvormig gebak: zoute stengels. (e) Stengels zijn oorspronkelijk kruidachtig, blijven ook zo bij eenjarige gewassen en bij Monocotyledones (eenzaadlobbigen) terwijl zij bij Dicotyledones (tweezaadlobbigen) en...

Lees verder
1954
2022-08-13
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Stengel

Van s. kan men in alle gevallen spreken, waarin aan het plantenlichaam een as en daaraan bevestigde bladachtige organen zijn te onderscheiden. Onder de lagere, in het water levende planten is dit b.v. bij verschillende algen het geval. Onder de landplanten vertonen vele mossen, inz. bladmossen, een scherpe differentiatie in s. en bladeren. Deze s.,...

Lees verder
1952
2022-08-13
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Stengel

s., stâl(le), stêlle.

1950
2022-08-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

STENGEL

m. (-s), 1. dat deel van een plant dat zich boven de grond verheft en bladeren draagt, bep. bij kruiden (tgov. stam): een opgaande, een liggende, een kruipende stengel; steel van een bloem of een bloeiwijze; 2. stengelvormig gebak: zoute stengels.

Lees verder
1949
2022-08-13
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Stengel

het deel van de plant dat de bladeren draagt; bestaat uit knopen en leden. Doorsnee vierkant, rond of driezijdig; hol of massief; vertakt of onvertakt. Naar geaardheid onderscheidt men kruidachtige- en houtige stengels. De S. bevat de banen voor het vervoer van de voedingsstoffen. Homoloog met stengeldelen zijn: takranken (wingerd), takdorens (Meid...

Lees verder
1947
2022-08-13
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Stengel

(caulis) is de naam voor het gedeelte van de plant, dat de bladeren draagt. In het algemeen duidt men hiermede de kruidachtige as aan; de verhoute, door secundaire groei verdikte stengel noemt men stam (truncus). Naast de functie als drager van de bladeren dient de stengel voor het transport van water en assimilatieproducten; in vele gevalle...

Lees verder
1937
2022-08-13
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

stengel

m. stengels, stengeltje (dunne steel van planten, enz., verdeeld in knopen en leden).

1933
2022-08-13
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Stengel

Langwerpig plantendeel, dat in de meeste gevallen dienst doet als aanhechtingsplaats van de bladeren, zoodat deze voldoende aan licht en lucht worden blootgesteld. In tegenstelling met den wortel is de s. geleed, d.w.z. opgebouwd uit afzonderlijke stukken, leden genaamd. Op de grens van twee leden bevindt zich een knoop; de deelen tusschen de knoop...

Lees verder
1921
2022-08-13
Levende taal

T. Pluim - 1921

Stengel

is een verkleinwoord op el van stang (vgl. eikel, druppel, knokkel, enz.).

1916
2022-08-13
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Stengel

Stengel - is dat deel van de spruit, dat de bladachtige deelen draagt, dat dus geleed is en dat zich daardoor uiterlijk onderscheidt van den wortel. Een verder onderscheid is het ontbreken van een kapje op den top, die daarentegen ingenomen wordt door een knop, terwijl ook anatomische onderscheiden bestaan. Niet iedereen beschouwt den stengel als s...

Lees verder
1898
2022-08-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stengel

Stengel - m. (-s), dunne steel (van planten, bloemen, bladeren enz.). STENGELTJE, o. (-s).

1870
2022-08-13
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Stengel

Stengel (caulis) is de naam van het centrale gedeelte der opwaarts groeijende planten-organen. Hij is reeds in de kiem aanwezig en onderscheidt zich van den wortel door zijn groei in tegenovergestelde rigting en door zijne bladeren. Aan den volwassen stengel onderscheidt men een zeker aantal leden (internodia), welke tusschen de plaatsen van aanhec...

Lees verder