Wat is de betekenis van Stelen?

2020
2021-01-16
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

stelen

Het begrip stelen heeft 6 verschillende betekenissen: 1) geld of goed wegnemen. geld of goed zonder weten van de eigenaar wegnemen met de bedoeling het zich onrechtmatig toe te eigenen. 2) iets onstoffelijks afhandig maken. een niet-stoffelijke zaak zonder weten van de eigenaar weten te verkrijgen en zich onrechtmatig toe-eigenen. ...

Lees verder
2019
2021-01-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stelen

stelen - Werkwoord 1. (ov) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen Het bleek dat zijn mobieltje gestolen was door Ronald. stelen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord steel Synoniemen gappen, jatten, klauwen, pikken...

Lees verder
2018
2021-01-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stelen

stelen - onregelmatig werkwoord uitspraak: ste-len 1. stiekem nemen wat niet van jou is ♢ mijn derde fiets is nu ook gestolen 1. dat kan me gestolen worden [daar vind ik niets aan] ...

Lees verder
2009
2021-01-16
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

stelen

(ov ww; stal; h. gestolen) SP - niet verdiend eigen maken, zich toe-eigenen, bv. de sprint winnen na tijdens een lange ontsnapping geen moment kopwerk te hebben verricht: een gestolen overwinning, een onterechte, niet verdiende zege. • Voor de ritzege in La Plagne heb ik echt moeten knokken. Ik reed weg, reed de hele dag op kop en ik won. Niks cade...

Lees verder
2003
2021-01-16
Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Stelen

Als een jong kind al begint met stelen, komt dat niet meer goed. Bijna alle kinderen pakken wel eens iets weg. Een peuter snapt nog niet echt dat het verboden is, maar een basisschoolkind wel. Als een kind dingen wegneemt, kun je hem uitleggen dat dat echt niet kan. Geef hem daarna het vertrouwen datje het als een eenmalige fout ziet. Laat hem merk...

Lees verder
1998
2021-01-16
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

stelen

Van een slag: speelwijze waarbij de leider, meestal in een vroeg stadium van het spel, een slag maakt hetgeen door de tegenpartij voorkomen had kunnen worden. Wanneer hierdoor een contract gemaakt wordt dat dus down had gekund, wordt ook wel gesproken van het ‘stelen van het contract’. Een voorbeeld van stelen is het maken van een heer-sec in de ha...

Lees verder
1997
2021-01-16
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

stelen

In verwensingen als je, hij/het kan me gestolen worden! is de oorspronkelijke betekenis van stelen niet meer aanwezig. De betekenis heeft zich ontwikkeld tot die van ‘ik lach om je, ik kan hem missen als kiespijn, ik heb genoeg van hem’. In Vlaanderen is de variant je kunt me gestolen worden! gebruikelijk. En ook ...

Lees verder
1973
2021-01-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

stelen

(stal, heeft gestolen), heimelijk wegnemen om zich wederrechtelijk toe te eigenen; (spr.) die eens steelt, is altijd een dief, als men eenmaal oneerlijk gehandeld heeft, is men voorgoed zijn naam van eerlijk man kwijt; (fig.) iemands hart —, zijn genegenheid winnen; iemands eer en goede naam —, hem belasteren, in opspraak brengen; dat k...

Lees verder
1950
2021-01-16
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

STELEN

I. (stal, heeft gestolen), 1. heimelijk wegnemen om zich wederrechtelijk toe te eigenen (wanneer men het niet wegneemt, doch onder zich heeft en zich dan toeëigent, verduistert men): gij zult niet stelen, het achtste gebod; gestolen goederen; haar juwelen zijn gestolen; — zij stelen als raven, alles wat zij ma...

Lees verder
1933
2021-01-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Stelen

→ Diefstal.

1898
2021-01-16
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Stelen

zie Ontvreemden.

1898
2021-01-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stelen

Het begrip stelen heeft 2 verschillende betekenissen: 1. stelen - stelen - (steelde, heeft gesteeld), van een steel voorzien. 2. stelen - stelen - (stal, heeft gestolen), heimelijk wegnemen, zich onrechtmatig toeëigenen: zij stelen geld en goed; — zij stelen als raven, zeer veel, alles wat zij maar machtig kunnen worden ; die eens stee...

Lees verder