Wat is de betekenis van STEKEN?

2019
2021-05-14
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

steken

steken - Werkwoord 1. (ov) doorboren, prikken Hij stak het mes diep in het vlees. 2. (ov) in brand ~: doen ontvlammen De invallers staken het hele dorp in brand. steken - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandi...

Lees verder
2018
2021-05-14
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

steken

steken - onregelmatig werkwoord uitspraak: ste-ken 1. hem raken met een puntig voorwerp ♢ de wesp stak in mijn wang 1. de zon steekt [hij schijnt zo fel dat het pijn doet] ...

Lees verder
2017
2021-05-14
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Steken

Steken - 'een versnelling steken': een keuze maken uit de te gebruiken tandwielen. 'Een wiel steken': een wiel monteren.

2009
2021-05-14
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

steken

(ov ww; stak; h. gestoken) AL - stoten, (in)duwen, ergens inbrengen: een groot, klein mes steken, naar een zware, lichte versnelling schakelen; een wiel steken, (bij pech) een wiel in de vork van het voor- of achterwiel duwen en vastzetten; in het pak gestoken worden, door een combine in een kansloze positie worden gereden, of: een ontsnapping miss...

Lees verder
2002
2021-05-14
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

steken

Steken is: 1) het meervoud van steek; 2) een verspanende bewerking met bijv. een beitel.

1998
2021-05-14
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

steken

Manipuleren van de kaarten vóór het delen. Het doel van deze uiteraard niet toegestane handeling is ervoor te zorgen dat de eigen partij goede kaarten krijgt of dat een voorop bedachte verdeling van de kaarten totstandkomt. Zie ook: Duke of Cumberland hand; Mississippi hand

Lees verder
1997
2021-05-14
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

steken

In de Middeleeuwen komt voor van de moort gesteken. In de 16de eeuw treffen wij de verwensing dat u de moort steken moet (‘moge’). Wij kennen nu nog steek de rotmoord!; je mag me de moord steken! en vooral stik de moord! ‘loop naar de duivel, je kunt me de bout hachelen, stik, krijg een ongeluk’....

Lees verder
1977
2021-05-14
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

steken

steken - coïre, (een vrouw) neuken (vgl. het hele erotische begrippencomplex rondom ‘schermen’, zoals degen, schild, steek). Als de Neut wort groen, En de Meit krygt haar; Zo is 't dat de Neut wil breken, En de Meit wil zyn gesteken, Koddige Opschriften 2, 27 [1698-1700]. Hierbij: steker, man die graag en veel geslachtsgemeen...

Lees verder
1973
2021-05-14
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

steken

(stak, heeft gestoken), 1. met een puntig voorwerp, m.n. met een wapen een steek geven, daarmee raken, wonden of doden: iemand overhoop —, met een scherp wapen doden; al stekend vangen: aal —, met de aalschaar of aalelger vangen; snoek —, strikken; met een dolk naar iemand —, met het doel hem te verwonden; met iemand de gek...

Lees verder
1971
2021-05-14
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Steken

Steken - 1 Het peilen van de waterdiepte onder of naast een vaartuig met een lood of slaggaard. 2. Het wat opvieren van een (anker)tros. (‘Een beetje bijsteken.’)

Lees verder
1952
2021-05-14
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Steken

v., stekke, s t i e k, s t u t s e n; (prikken), prippe, pjukke; (bijten), bite; blijven —, hokje, stûkje, stykje, stykjen bliuwe, der yn hingjen bliuwe; naar voren —, útspringe, útstykje; op een andere plaats —, forstekke; het steekt nauw, it komt krekt, it l&...

Lees verder
1950
2021-05-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

STEKEN

(stak, heeft gestoken), 1. met een puntig, scherp voorwerp, inz. met een wapen een steek geven, daarmee raken, wonden of doden: (overg.) hij stak hem de degen door het lijf, de dolk in ’t hart; — iem. overhoop steken, met een scherp wapen doden; (w. g.) slachten, de keel afsteken: een varken, een os steken; —...

Lees verder
1933
2021-05-14
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Steken

of prikken doet men met een vliegtuig, wanneer men dit, door het levier van zich af te drukken, onder werking van het hoogteroer met den neus scherp omlaag doet gaan.

1898
2021-05-14
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Steken

Steken - o. steking.