Wat is de betekenis van Status?

2019
2021-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

status

status - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch) stand, toestand, dossier over patiënt in ziekenhuis 2. aanzien in de maatschappij 3. (juridisch) toestand met bepaalde rechtsgevolgen status - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van statussen ♢ Ik status 2. gebiedende w...

Lees verder
2018
2021-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

status

status - zelfstandig naamwoord uitspraak: sta-tus 1. plaats die je volgens de wet inneemt ♢ deze man heeft de vluchtelingenstatus 2. het hebben van aanzien in de maatschappij ♢ het beroep van no...

Lees verder
2017
2021-01-20
Marc De Coster

Auteur van o.a. Het Groot Scheldwoordenboek

Status

Status -medisch dossier van een patiënt in het ziekenhuis. Hierin vindt men de ziektegeschiedenis en de behandelingswijze. Bijbehorend ww. statussen.

2017
2021-01-20
Mark Nelissen

Professor emeritus in de gedragsbiologie.

status

status - Plaats in de dominantiehiërarchie, in verhouding tot andere groepsgenoten: men heeft een hogere of een lagere s.

2007
2021-01-20
Samenlevingen

Samenlevingen - inleiding in de sociologie

Status

De rechten die aan een bepaalde sociale positie zijn verbonden/ Prestige, aanzien.

2002
2021-01-20
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

status

Status is de machtsverhouding tussen twee of meer spelers, uitgedrukt in houding, handeling en tekst.

2001
2021-01-20
Begrippenlijst drama

Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Status

Machtsverhouding tussen twee of meer spelers, uitgedrukt in houding, handeling en tekst.

1992
2021-01-20
Psychologie en Sociologie

Psychologie en Sociologie

Status

Aanzien van iemand op basis van een bepaalde positie.

1991
2021-01-20
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Status

Een begrip uit de sociologie en sociale psychologie, aldaar gehanteerd als sociale status. De bepaalde relatieve plaats (positie, rang) die iemand in het sociaal systeem (sociale structuur, groep, organisatie en dergelijke) inneemt of die aan iemand in het sociaal systeem wordt toegekend, en het hieraan verbonden prestige (= aanzien, gezag). Iemand...

Lees verder
1985
2021-01-20
Woordenboek automatisering

Henk Biemond - 1985

Status

Status De toestand, waarin een bepaalde eenheid zich bevindt, bijvoorbeeld gereed om gegevens te verzenden of te ontvangen of bezig met zenden of ontvangen.

1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

status

m., 1. toestand; 2. administratieve beschikking waarbij een complex van rechtsregels op iemand van toepassing wordt verklaard; 3. de maatschappelijke positie van een persoon, zijn sociaal aanzien en sociale identificatie (e). (e) Tussen de vele facetten die iemands (sociale) status bepalen (o.a. geboorte, herkomst, opleiding, inkomen, bezit, cul...

Lees verder
1965
2021-01-20
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

STATUS

geheel der betrekkingen welke stilzwijgend tussen mensen ontstaan ten gevolge van hun sociale positie en van, vaak ongeschreven afspraken in een bepaald milieu: het kind heeft recht op de bescherming van de volwassene, de grijsaard op de eerbied van de jeugd, de vrouw op de hoffelijkheid van de man. Iedereen verwacht van een ander een bepaald gedra...

Lees verder
1954
2021-01-20
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Status

Lat. voor een bestaande en gelijkblijvende ziektetoestand.

1950
2021-01-20
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

STATUS

(Lat.), m., 1. stand, toestand; — status fjuo, toestand waarin zich iets bevindt of op een bepaalde tijdbevond : het status-quo handhaven, geen verandering in de stand der zaken brengen ; status guo ante (helium), politieke toestand van een staat vóór de oorlog; 2. (van pers.) plaats, in administratief of juridisch opzicht: de...

Lees verder
1949
2021-01-20
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Status

(Lat.; = stand, toestand). In státu nascéndi (Lat.; násci = geboren worden, ontstaan) = in den toestand van ontstaan, op het ogenblik van ontstaan.

1948
2021-01-20
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

status

(Lat.) m. staat, stand, toestand; ~ in statu, een staat in de staat; ~ activus et passivus, staat v. d. vorderingen en schulden; ~ praesens, tegenwoordige toestand; ~ quo (ante bellum), de toestand waarin de zaak zich bevond (vóór de oorlog).

1937
2021-01-20
Scholastiek Lexicon

Latijns-Nederlandsch

STATUS

1. Toestand, staat. Status beatitudinis, Staat van gelukzaligheid. Status communis, Gewone toestand. Status corruptionis, Staat van ontbinding. Status creationis, Staat van geschapenheid. Status culpae, Schuldtoestand. Status damnationis, Staat van verdoemdheid. Status eminens, Hooger toestand. St...

Lees verder
1923
2021-01-20
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Status

(Lat.), stand, toestand; zonder bijvoeging = status praesens. S. anginósus, het voortdurend onderhevig zijn aan aanvallen van angina pectoris (Huchard). S. arthriticus, de algemene toestand, die voorafgaat aan aanvallen van arthritis urica. S. cribrósus, = état criblé (zie ald.). S. dysmyeIinisatus, als de mergvezels ont...

Lees verder
1914
2021-01-20
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

status

status - m., toestand; staat; gesteldheid ; „status quo’ of „status in quo”, ook: „statusquo ante” : vorige toestand.

1910
2021-01-20
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Status

Status - (Latijn) toestand, status quo; de toestand, waarin iemand verkeert.