Wat is de betekenis van Station?

2020
2021-02-27
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

station

Het begrip station heeft 6 verschillende betekenissen: 1) stopplaats voor treinen. reguliere plaats waar treinen aankomen en vertrekken, die bestaat uit perrons langs de sporen en meestal een bijbehorend gebouw met de technische infrastructuur en de voorzieningen voor de reizigers; ook: reguliere stopplaats voor de metro en soms ook voor bus...

Lees verder
2019
2021-02-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

station

station - Zelfstandignaamwoord 1. (spoorwegen), (verkeer) plaats waar voertuigen (met name treinen) kunnen stoppen voor het in- en uitstappen van reizigers en het in- en uitladen van goederen Kunt u mij zeggen waar het station is? 2. (media) een zender die radio- of televisieprogramma's ui...

Lees verder
2018
2021-02-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

station

station - zelfstandig naamwoord uitspraak: sta-ti-on 1. plaats waar je in en uit de trein kunt stappen ♢ de trein vertrekt om negen uur vanaf het station 2. plaats met praktisch of wetenschappelijk doel ...

Lees verder
2016
2021-02-27
Prorail

Begrippenlijst Prorail

Station

Een station is een dienstregelpunt bestemd en ingericht om treinen te doen stoppen, eindigen, inhalen of krui- sen en voorzien van ten minste één wissel en tevens bestemd en ingericht om reizigers te laten in- of uitstappen en/of goederen aan te nemen en/of af te leveren.

2016
2021-02-27
OVnet

Begrippenlijst spoortermen

Station

Een station heeft twee betekenissen: 1. Gedeelte van de spoorweg waar treinen kunnen beginnen, eindigen, inhalen of kruisen. Een station is voorzien van tenminste één wissel. Op een station mogen rangeerbewegingen uitgevoerd worden. 2. Een halteringsplaats langs een baanvak, waar treinen die op hetzelfde spoor rijden van volgorde kunnen wisselen do...

Lees verder
1998
2021-02-27
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Station

1. een gepasseerd -, journalistencliché voor ‘iets dat achterhaald is; een stadium dat afgesloten is, voorbijgestreefd’. Deze modieuze uitdr. maakt vooral opgang in politieke kringen en is vergelijkbaar met een gelopen koers/race. Dat station al gepasseerd zijn bet. ‘dat stadium al voorbij zijn’. Eerder al liet de Amerikaanse overheid weten content...

Lees verder
1985
2021-02-27
Woordenboek automatisering

Henk Biemond - 1985

Station

Station (1) Eén van de in- of uitvoerpunten van een systeem, dat van communicatiefaciliteiten gebruikmaakt, bijvoorbeeld een telefoontoestel in een telefoniesysteem. (2) Eén of meer computers, terminals en de bijbehorende programma’s op een bepaalde lokatie.

Lees verder
1981
2021-02-27
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

station

1. grotere halteplaats met een stationsgebouw en perrons voor treinen, trams of bussen; zie ook spoorwegen; 2. inrichting met een wetenschappelijk of praktisch doel waar de instrumenten in zijn ondergebracht, b.v. een weerkundig station, een radiostation.

Lees verder
1973
2021-02-27
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

station

o. (-s), 1. (hist.) pleisterplaats aan een postweg; 2. gebouw aan de spoorweg als stopplaats voor treinen: ik zal aan het — zijn om je af te halen; 3. inrichting of gelegenheid waarvoor een of ander praktisch of wetenschappelijk doel de daartoe aangewezen personen zich bevinden en de benodigde toestellen aanwezig zijn: een biologisch —...

Lees verder
1950
2021-02-27
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

STATION

o. (-s), 1. (eert.) pleisterplaats aan een postweg waar de paarden werden gewisseld ; 2. plaats van aankomst en vertrek der spoortreinen: het station Haarlem ; 3. stationsgebouw ; 4. standplaats, post aan een of meer oorlogsschepen aangewezen, waar zij belast zijn voor de veiligheid der koopvaardijschepen van hun natie te waken of de onderdanen v...

Lees verder
1933
2021-02-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Station

➝ Spoorwegen.

1914
2021-02-27
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

station

station - o., plaats van aankomst en vertrek der openbare middelen van vervoer ; standplaats;ook: ieder der vier rustpunten of „staties” van Jezus bij het dragen van ’t kruishout.

1898
2021-02-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

STATION

STATION - o. (-s), standplaats, pleisterplaats ; — streek, aan een of meer oorlogsschepen aangewezen, waar zij belast zijn, voor de veiligheid der koopvaardijschepen hunner natie te waken of de onderdanen dier natie te beschermen; — plaats van aankomst en vertrek, inz. der spoortreinen; — aanlegplaats ; — stationsgebouw ;...

Lees verder