Wat is de betekenis van statig?

2019
2021-05-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

statig

statig - Bijvoeglijk naamwoord 1. deftig en indrukwekkend De statige herenhuizen aan de Amsterdamse grachten staan op de werelderfgoedlijst. Woordherkomst afgeleid van staat met het achtervoegsel -ig Verwante begrippen majestueus, plechtig, plechtstatig, verheven

Lees verder
2018
2021-05-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

statig

statig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: sta-tig 1. wat er voornaam en belangrijk uitziet ♢ die rijke familie woont in een statig herenhuis Bijvoeglijk naamwoord: sta-tig ... is statiger dan ... ...

Lees verder
1973
2021-05-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

statig

bn. en bw. (-er, -st), voornaamheid weerspiegelend, met bijgedachte aan fierheid en trots: — als een vorstin stond ze daar; een — gebouw.

1952
2021-05-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Statig

adj. & adv., steatlik.

1950
2021-05-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

STATIG

bn. bw. (-er, -st), 1. voornaamheid weerspiegelend, met bijgedachte aan fierheid en trots: een statige schoonheid; een statige zwaan ; — statig, als een beledigde vorstin stond ze daar ; 2. deftig, waardig, eerbiedwaardig : statig van voorkomen ; een statige dame; 3. stemmig, zedig, ingetogen : statige pleegzusjes ; statig en koel; 4. plech...

Lees verder
1898
2021-05-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

STATIG

STATIG - bn. bw. (-er, -st), STATIGLIJK, bw. deftig, indrukwekkend, plechtig langzaam: een statig voorkomen hebben; statig loopen; een statig man. STATIGHEID, v. deftigheid, hooge ernst.

1898
2021-05-08
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Statig

zie Deftig.