Wat is de betekenis van statig?

2019
2020-11-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

statig

statig - Bijvoeglijk naamwoord 1. deftig en indrukwekkend De statige herenhuizen aan de Amsterdamse grachten staan op de werelderfgoedlijst. Woordherkomst afgeleid van staat met het achtervoegsel -ig Verwante begrippen majestueus, plechtig, plechtstatig, verheven

Lees verder
2018
2020-11-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

statig

statig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: sta-tig 1. wat er voornaam en belangrijk uitziet ♢ die rijke familie woont in een statig herenhuis Bijvoeglijk naamwoord: sta-tig ... is statiger dan ... ...

Lees verder
1973
2020-11-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

statig

bn. en bw. (-er, -st), voornaamheid weerspiegelend, met bijgedachte aan fierheid en trots: — als een vorstin stond ze daar; een — gebouw.

1898
2020-11-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

STATIG

STATIG - bn. bw. (-er, -st), STATIGLIJK, bw. deftig, indrukwekkend, plechtig langzaam: een statig voorkomen hebben; statig loopen; een statig man. STATIGHEID, v. deftigheid, hooge ernst.

1898
2020-11-23
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Statig

zie Deftig.