Wat is de betekenis van stapel?

2024-05-27
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

stapel

(19e eeuw) afk. van stapelgek of in bepaalde dialecten: smoordronken. • Piet, bom bitter! Neen! kom nou mee! ben je stapel ... (Johannes Kneppelhout: De geschriften van... 1860) • Ook in Holland zegt men: ben je stapel? Ik houd dergelijke uitdrukkingen voor elliptisch. Men bedoelt stapelzot, enz. maar onderdrukt het laatste deel der same...

2024-05-27
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

stapel

stapel - Zelfstandignaamwoord 1. een gestructureerde hoop spullen Er ligt een stapel boeken op tafel''. 2. (scheepvaart) de tijdelijke constructie waarop een in aanbouw of reparatie zijnd schip rust Het schip zal volgende maand van stapel lopen....

2024-05-27
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

stapel

stapel - zelfstandig naamwoord uitspraak: sta-pel 1. aantal voorwerpen op elkaar ♢ er stond een stapel dozen in de hoek 1. op stapel staan [wat bijna gaat gebeuren] ...

2024-05-27
Familienamen

Leendert Brouwer (2017)

Stapel

Vermoedelijk hebben Stapel-toponiemen met grens- of gerechtsstenen te maken. Daarnaast kan gedacht worden aan opslagplaatsen. Reeds in 1046 werd te Bathmen het toponiem Wegstapel vermeld. De Soeststapel was een grenspunt bij Soest, in 1449 op de grens van het Gooi en het Sticht. De Stapel is een gehucht in De Wijk, Drente. Stapele(n) is een kasteel...

2024-05-27
Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen

Klaas J. Eigenhuis (2004)

Stapel

Oude volksnaam voor de Sprinkhaanzanger ← in de omgeving van Santpoort en Haarlem [Wickevoort Crommelin et al. 1858 p.209]. Stapel is ook een verouderde naam voor Krekel' (lees: Sprinkhaan; zie etymologie), reden waarom ook de vogel zo genoemd werd: deze maakte nl. het geluid als van een bepaalde Sprinkhaan. Ook de vogelnaam is thans niet...

2024-05-27
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

stapel

een hoeveelheid opgetaste goederen. Het stapelrecht van een stad dwong vroeger de kooplieden die op hun tocht een stadsgebied moesten passeren, hun goederen eerst enige dagen in de stad aan te bieden. Zij konden dit recht echter met een bepaalde som afkopen.

2024-05-27
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

stapel

opmekaar gepakte goed, hoop; stellasie waarop skip gebou word; voorraad (vee); gestapel, ophoop, opmekaar pak.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-27
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Stapel

1. Stapelrecht, stapeldwang: middel van economische ordening vooral uit de tijd vóór de Franse revolutie. Het hield voorn. in, dat de agrarische en andere producten uit zekere streek afkomstig en/of langs bepaalde wegen af- en aangevoerd op de stapelplaats ter markt gebracht en overgeladen moesten worden, hetgeen soms verkoopsplicht...