Wat is de betekenis van stand?

2022
2022-06-25
vindpunt

Vindpunt.nl

stand

(zelfstandig naamwoord) [alg.] kraam - Hij staat met zijn kraam op elke grote markt in de regio. [alg.] beursplek, presentatieplaats - Onze uitgeverij heeft een beursplek op de Internationale Boekenbeurs in Frankfort.

Lees verder
2020
2022-06-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

stand

(1906) (Barg.) (meestal verkleinvorm) hoop mensen bijeen, oploop. 'Een stand maken': een troep volk verzamelen (om iets te verkopen). • (Köster Henke: De boeventaal. 1906) • (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937) • (Henry Roskam: Boeven-jargon. 1948) • Als je rare dingen roept, komen de mensen wel om je heen staan (&ldq...

Lees verder
2019
2022-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stand

stand - Zelfstandignaamwoord 1. hoe of waar iets staat, positie Dat hangt van de stand van de zon af. Kun je de schakelaar s.v.p. in de stand 'midden' zetten? 2. sociale positie in de maatschappij, graad, rang Zulk g...

Lees verder
2018
2022-06-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stand

stand - zelfstandig naamwoord 1. hoe het is of hoe het staat ♢ hoe is de stand van de maan? 1. de stand van zaken [hoe de toestand is] 2. de stand in de wedstrijd ...

Lees verder
2014
2022-06-25
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

stand

(< Eng. stand, kraam), winkeltje, nerinkje: We krepeeren allemaal, als we d’r in blijven ... - En je standje dan? Ja, dat verlies ik ’t is jammer, want ik begon nou net weer zoo’n beetje te doen te krijgen van klanten, die hout, turf en briketten halen, V. MAURIK10 119; in ’n stand zetten, een betrekking als kleine zelfst...

Lees verder
2009
2022-06-25
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

stand

(de; -en) 1 SP - positie waarbij de sport(st)er rechtop staat en de voetzolen het steunpunt van het lichaam vormen. 2 - positie die de speler heeft ingenomen ten opzichte van de bal ter voorbereiding op het doen van een slag, bv. een rechte stand, waarbij de denkbeeldige lijn langs de tenen (voetenlijn) van de speler parallel loopt met de doellijn,...

Lees verder
2008
2022-06-25
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

stand

(de; -en) SP - positie waarbij de turn(st)er rechtop staat en de voetzolen het steunpunt van het lichaam vormen; vluchtige stand, heel kort in stand blijven staan.

2004
2022-06-25
lesmethode Memo

Geschiedenisles voor bovenbouw

Stand

Een groep mensen die volgens de middeleeuwers een eigen taak had. Er waren drie standen: de geestelijken, de adel en de boeren.

1994
2022-06-25
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Stand

(spreek uit. stend) [Eng., van to stand = staan; verwant met Lat. stare] uitstalling van bep. firma op tentoonstelling, beurs e.d.

1994
2022-06-25
Grondbeginselen der sociologie

Begrippenlijst Grondbeginselen der sociologie

Stand

Een stand is een groepering die op een of andere manier in het bewustzijn van zekere privileges leeft en daarbij aanspraak maakt op maatschappelijk prestige.

1992
2022-06-25
Psychologie en Sociologie

Psychologie en Sociologie

Stand

Hiërarchische ordening van sociale lagen waarbij afkomst en soms beroep bepalend is. Elke stand heeft rechten en plichten en een eigen levensstijl gekoppeld aan bepaalde deugden en idealen, zoals riddereer.

1982
2022-06-25
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

STAND

(algemeen). Hoewel de termen ‘stand’ en ‘klasse’ in het dagelijks spraakgebruik in dezelfde zin worden opgevat, nl. van geleding van de maatschappij, wordt tussen beide termen ook wel onderscheid gemaakt. Onder ‘stand’ verstaat men dan de geledingen welker functie beheerst wordt door het geldende recht, dat ook h...

Lees verder
1955
2022-06-25
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

STAND

in sociale zin, is een maatschappelijk verschijnsel, dat samenhangt met de historische wet, dat elke maatschappij, naarmate zij in cultuur vooruitgaat, zich tegelijk differentieert. De rangstanden vormen een gecompliceerd verschijnsel omdat daarbij tal van factoren een rol spelen en men eigenlijk tweeërlei rangstanden moet onderscheiden: cultu...

Lees verder
1952
2022-06-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Stand

s., stân, pl. s t a n n e n; (klasse) stân, stand; de hogere, lagere —, de hegerein, legerein; de hoogste, laagste —, de bopperein, ûnderein; erg aan — hechtend, standich, stannich; (toestand), steat, tastân; tot — brengen, birier(d)e, bireare, b...

Lees verder
1951
2022-06-25
Engels

Woordenboek Engels (1951)

stand

I. staan; gaan staan; zich bevinden; (van kracht) blijven, dóórgaan; blijven (staan); stilstaan, halt houden; stand houden; koersen; candidaat zijn; stand!, halt!; stand and deliver!, je geld of je leven!; he wants to know where he stands, waar hij aan toe is, zijn (financiële) positie; stand clear, op zij gaan; stand easy!, op d...

Lees verder
1950
2022-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Stand

I. STAND m. (-en), I. In aansluiting bij staan (I). 1. wijze waarop iem. staat, houding: zich in verschillende standen laten fotograferen; — plastische standen, schilderachtige houdingen die men enige tijd onbeweeglijk bewaart ; fraaie standen aannemen; — (gymn.) open staan, staan met de benen op eni...

Lees verder
1949
2022-06-25
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

stand

hoop mensen bijeen; oploop. Een stand maken, een hoop mensen om zich heen verzamelen, 't zij om een artikel te verkopen of om zakkenrollers gelegenheid te verschaffen.

1948
2022-06-25
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

stand

(stend) (Eng.) m. 1 uitstalling v. e. fabriek, firma, vereniging enz. op een tentoonstelling of jaarbeurs; 2 (ook:) toeschouwerstribune op een wedren.

1937
2022-06-25
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

stand

I. m. -en, in bet. 7, 8, 9 gmv.; 1. de wijze, waarop iem. of iets staat: de verschillende standen bij de ordeoefeningen; de acteur heeft zich in verschillende standen laten fotograferen; in een hellende stand; de tafel heeft geen vaste stand; de stand der sterren, het punt van de te doorlopen baan, waar zij zich bevindt, idem de stand van de barome...

Lees verder
1933
2022-06-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Stand

Zoo kan men noemen de plaats (status, staat, état), die een mensch of een groep in de gemeenschap inneemt, alsook de groep zelf, die zoo’n plaats inneemt. De laatste definitie kan van verscheidene standpunten uit nader worden bepaald. Zoo onderscheidt men vooreerst natuurlijke standen (Naturstände), nl. mannen, vrouwen, jongens en...

Lees verder