2020-04-07

stamhoofd

stamhoofd - zelfstandig naamwoord uitspraak: stam-hoofd 1. hoofd van een stam ♢ het stamhoofd van de indianen riep een vergadering bijeen Zelfstandig naamwoord: stam-hoofd het stamhoofd de stamhoofden

2020-04-07

stamhoofd

stamhoofd - Zelfstandignaamwoord 1. de baas/leider van een stam. Het stamhoofd besloot om de kudde achterna te trekken. Woordherkomst samenstelling van stam en hoofd Synoniemen opperhoofd, chief

2020-04-07

stamhoofd

o. (-en) hoofd van een volksstam.