Wat is de betekenis van Stad?

2019
2023-03-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

stad

stad - Zelfstandignaamwoord 1. plaats waar zeer veel mensen wonen en een groot aantal voorzieningen zijn 2. (historisch) plaats met stadsrecht. Woordherkomst Van het Middelnederlandse stat. Verwante begrippen stedelijk, steeds, dorp, gemeente, plaats

Lees verder
2017
2023-03-25
Bijbels Lexicon

Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart (2017)

Stad

Stad Gods, (het hemelse) Jeruzalem; stad. In de bijbel wordt met de stad Gods wel Jeruzalem bedoeld, zoals in Psalmen 87:3, ‘Heerlijke dingen zijn van u te zeggen, o gij stad Gods!’ (NBG-vertaling). De archaïsche verbinding met genitief treffen we niet meer in de NBV aan; hier staat ‘stad van God’. Gebruik van deze verbinding in de betekenis ‘stad’...

Lees verder
2017
2023-03-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

stad

stad - zelfstandig naamwoord 1. grote plaats waar veel mensen wonen ♢ Amsterdam en Rotterdam zijn steden 1. we gaan de stad in [naar het centrum om te winkelen] 2. ik heb er sta...

Lees verder
2009
2023-03-25
Sinterklaaslexicon

Marie-José Wouters (2009)

Stad

→ Havensteden

2007
2023-03-25
Samenlevingen - inleiding in de sociologie

Nico Wilterdink & Bart van Heerikhuizen (2007)

Stad

Een menselijke nederzetting gekenmerkt door een groot aantal bewoners, een hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid, heterogeniteit van de bevolking en veelzijdigheid van de voorzieningen.

1997
2023-03-25
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

stad

zie gat, kussen, oor.

1984
2023-03-25
Encyclopedie van het milieu

Oosthoek (1984)

stad

woonplaats van een groot aantal mensen en — ten gevolge daarvan centrum van vele activiteiten. Deze concentratie van inwoners en hun bezigheden maakt het noodzakelijk dat de plannen voor een nieuw te bouwen stad goed en zorgvuldig worden overdacht. Sommige zeer oude steden vertoonden reeds een regelmatig stratenplan, waaruit blijkt dat men ni...

Lees verder
1982
2023-03-25
Encyclopedie van Zeeland

Kon. Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (1982)

STAD

(stadsrecht, betreffende de middeleeuwse stad). Terwijl men thans in de Nederlandse maatschappij alleen steden kent in de sociale betekenis van het woord, dus een zodanige bewoningsconcentratie, dat deze zich duidelijk onderscheidt van het platteland met zijn dorpen en men juridisch geen verschil maakt tussen gemeenten met een stedelijk- en die met...

Lees verder
1981
2023-03-25
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

stad

een min of meer aaneengesloten geheel van woningen, waarvan de bewoners bij elkaar bescherming en hulp zoeken en samenleven onder een geregeld bestuur. Rondom zulke centra ontstonden de grote beschavingen van het Morgenland (Midden-Oosten). De oude Griekse geschiedenis is de historie van stadstaten die zich in tijden van gevaar tot „volk&rdqu...

Lees verder
1981
2023-03-25
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Stad

→ Steden.

1980
2023-03-25
Lexicon Beeldende Kunstenaars

Pieter Scheen (1980)

Stad

Willem; geb. Nieuwer-Amstel (thans gem. Amstelveen) 12 augustus 1873, overl. Amsterdam 15 september 1959. Woonde en werkte aldaar tot 1899, in Den Haag tot 1900, Blaricum na 1900, vestigde zich in 1921, komende uit Watergraafsmeer, te Amsterdam. Kunstschilder.Scheen 1970.

Lees verder
1963
2023-03-25
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

stad

: de stad of Stad, Paramaribo. What about het logeergebouw ? vroeg er een. - Het logeergebouw is voor hoge gasten uit de stad of uit het buitenland (Vianen 1971:14). Als losgeslagen waterplanten/ drijvende op de stroom/ etmalen ver/ zijt gij mij:/ Kronenburg en Nijssenweg/ Nickerie en de Stad/ Domburg, Kwatta/ Blauwgrond en Corneliskondre (Shriniv...

Lees verder
1962
2023-03-25
Archeologische Encyclopedie

H. Arends (1962)

Stad

Z. Huizen en Steden.

1958
2023-03-25
Encyclopedie van Friesland

Prof. Dr. J.H. Brouwer (1958)

STAD

In Frl. sedert de late M.E. een van land of deel (grietenij) afgezonderde rechts- en bestuursgemeenschap met vergaande zelfstandigheid, onder eigen organen. Het betrof meestal één woonkern met weinig omringend platteland; omwalling was voor het begrip niet nodig (Workum en Ijlst zijn nooit versterkt). Al worden namen van enkele latere...

Lees verder
1952
2023-03-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Stad

s., stêd; naar de —, nei stêd.

1951
2023-03-25
Duits woordenboek (DU-NL)

Dr. H. W. J. Kroes (1951)

Stad

standvastig, flink (zuidd.); sei stad, wees stil, wees kalm.

1950
2023-03-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

STAD

v. (steden), 1. (veroud.) plaats, woonplaats: wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende (Hebr. 13 : 14); 2. (hist.) gewoonlijk ommuurde plaats die een eigen bestuurs- en rechtskring vormt (volgens een bep. aan haar verleend recht, een privilege) afgescheiden van en in tegenstelling tot het platteland; — (thans...

Lees verder
1949
2023-03-25
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Stad

plaats, waar mensen meer of minder dicht samenwonen. De kenmerken, die een plaats tot een stad stempelen, zijn voor verschillende streken zeer verschillend en hebben zich ook in de loop der tijden belangrijk gewijzigd. In de Nederlanden werd in de middeleeuwen een plaats als stad beschouwd, wanneer zij van haar landsheer het stadsrecht had ontvange...

Lees verder
1947
2023-03-25
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Stad

is een plaats, waar mensen meer of minder dicht samenwonen. De kenmerken, die een plaats tot een stad stempelden zijn voor verschillende streken zeer verschillend en hebben zich ook in de loop der tijden belangrijk gewijzigd. Het ontstaan van steden is meestal te danken aan economische factoren, alhoewel soms steden zich ontwikkeld hebben onder de...

Lees verder
1937
2023-03-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

stad

v. steden, stadje, stedeke; 1. een uitgebreid samenhangend geheel van huizen en gebouwen, min of meer regelmatig gebouwd langs aangelegde straten, grachten en pleinen; vroeger inz. een tegen aanvallen door muren en grachten bevestigde plaats met eigen rechten en vrijheden: de stad Davids, a) Bethlehem, b) Jeruzalem; de eeuwige stad of de stad der z...

Lees verder