Wat is de betekenis van stabiel?

2020
2020-10-31
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stabiel

stabiel - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet of slechts licht aan verandering onderhevig, standvastig, duurzaam, stevig, permanent Grafiet is bij kamertemperatuur en -druk een stabielere vorm van koolstof dan diamant. 2. (van een dynamisch systeem) terugkerend naar de evenwichtstoestand ...

Lees verder
1994
2020-10-31
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

stabiel

stabiel - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: sta-biel 1. zonder uitschieters, gelijkmatig en rustig ♢ zijn gezondheid is nu stabiel 2. zodat het gewicht goed verdeeld is ♢ deze tafel is erg stabie...

Lees verder
1993
2020-10-31
Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Stabiel

In het algemeen is de opbouw van een luchtlaag stabiel, wanneer de temperatuurafname van beneden naar boven in de atmosfeer relatief klein is. Wanneer men een proefdeeltje (een kleine hoeveelheid lucht) in die lucht omhoog verplaatst, zal de temperatuur van dat proefdeeltje adiabatisch afnemen, en daardoor lager zijn dan de omgevingstemperatuur. Om...

Lees verder
1949
2020-10-31
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Stabiel

(Lat. stábilis = vaststaand, standvastig; stáre = stilstaan, onbeweeglijk blijven). Standvastig, niet gemakkelijk in een anderen toestand te brengen.

1949
2020-10-31
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Stabiel

(werktuigk.), standvastige evenwichtstoestand; tegenovergestelde van labiel.

1923
2020-10-31
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Stabiel

(stabilis, vaststaand), tegenstelling van labiel (zie ald.). Stabiele gal van isatie, galvanisatie, waarbij de electrode niet verplaatst wordt.

1916
2020-10-31
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

stabiel

[Fr.], bn. (-er, -st), 1. duurzaam, bestendig; 2. vast van evenwicht, vast liggend (e); 3. vast van toestand of grootte, niet aan veranderingen onderhevig: stabiele bevolking, waarbij de procentuele leeftijdsopbouw constant is. (e) In de regeltechniek wordt een systeem stabiel genoemd als er een eindig ingangssignaal bestaat waarop het systeem res...

Lees verder
1914
2020-10-31
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

stabiel

stabiel - duurzaam, bestendig.

1910
2020-10-31
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Stabiel

Stabiel - vast, duurzaam, niet veranderlijk.

1864
2020-10-31
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

stabiel

stabiel - bn. (stabieler, stabielst), duurzaam, bestendig