Wat is de betekenis van Staaf?

2022
2023-02-08
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

staaf

(1972) (inf.) mannelijk lid. Verwijst naar de lengte. Zie ook: staaflikken*; staafmixer*. • Ze lag nog maar net met de kont omhoog, of ik speelde alweer met me hand aan de dinges van broertje. Ik bracht de gloeiende staaf tegen de gloeiende plaats aan, en hopsa! gaf hem een duwtje. (Louis Paul Boon: Mieke Maaike’s obscene jeugd. 1972)...

Lees verder
2020
2023-02-08
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Staaf

Zie Gustaaf

2019
2023-02-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

staaf

staaf - Zelfstandignaamwoord 1. een massieve langwerpige min of meer cilindervormige stang of balk Hij sloeg de vrouw met een staaf. staaf - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staven ♢ Ik staaf 2. gebiedende wijs...

Lees verder
2018
2023-02-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

staaf

staaf - zelfstandig naamwoord 1. lang en dun voorwerp, rond of plat ♢ hij verdedigde zich met een ijzeren staaf Zelfstandig naamwoord: staaf de staaf de staven het staafje...

Lees verder
2017
2023-02-08
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Staaf

In schijflopen en lantaarnwielen aangebrachte houten staven, die aan de uiteinden zijn voorzien van een vierkante pen. Veelal gemaakt van palmhout, bolletrie of azijnhout. Staven kunnen acht maal worden gekeerd alvorens ze geheel moeten worden vervangen.

1977
2023-02-08
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

staaf

staaf - penis; eig. ‘lang voorwerp’ M.M. 59 [1972].

1973
2023-02-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

staaf

v./m. (staven), 1. gegoten of gesmede stang van metaal in verschillende vorm, voor verdere bewerking: een — koper; 2. metalen stang als onderdeel van een raamof traliewerk; 3. stang van andere stof dan metaal: glazen staafjes; banketstaaf.

Lees verder
1964
2023-02-08
voornamen

Voornamenboek

Staaf

m -► Gustaaf (Zuid-Ndl.).

1952
2023-02-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Staaf

s., stêf, steaf.

1950
2023-02-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

STAAF

v. (staven), 1. gegoten of gesmede stang van metaal in verschillende vorm, ter verdere bewerking bestemd: lood wordt verkocht in staven. 2. metalen stang voor verschillende doeleinden gebezigd. 3. metalen stang als onderdeel van een raam- of traliewerk: de ijzeren staven van een rooster. 4. stang van andere stof dan metaal: glazen...

Lees verder
1937
2023-02-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

staaf

v. staven; bijvorm van staf: 1. gegoten of gesmede stang van metaal, ter verdere bewerking bestemd: geelkoper in staven; gouden of zilveren staven: 2. stang van metaal, voor verschillende doeleinden: turntuigen zijn: bol, staaf, stok; 3. metalen (ook: houten) stang als onderdeel van een raam- of traliewerk: stijl: het raamwerk bestond uit vierkante...

Lees verder
1930
2023-02-08
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

staaf

(sta:f) v. (staven ; -je) [~ staf] stang van metaal voor verdere verwerking bestemd : een ijzeren -; een zilver; de van een →: anker, een slinger Syn. baar.

1910
2023-02-08
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Staaf

Staaf - zie Baar.

1898
2023-02-08
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Staaf

zie Baar.

1864
2023-02-08
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Staaf

Staaf, v. (staven), stang (van metaal). *-GOUD, o. gmv. goud in staven. *-HOUT, o. duighout. *-IJZER, o. gmv. ijzer in staven. *-SPEL, o. gmv. zek. spel met houtjes. *-VORM, m. (-en), vorm om er staven in te gieten. -IG, bn. als eene staaf.

Lees verder
1856
2023-02-08
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Staaf

z.n.m. - Baar, metalen strook.