SPRONG
m. (-en), 1. de handeling van springen; ruimte die men overspringt: een sprong doen; zijn sprong te kort nemen, niet ver genoeg springen; met één sprong was hij er bij, de deur uit; de kunstige sprongen der koorddansers; een grote, wijde, kleine sprong doen; — (fig.) hij heeft een grote sprong gedaan, hij heeft het in kor...