2019-10-18

sportief

sportief - Bijvoeglijk naamwoord 1. een ruime plaats inruimend voor het bedrijven van sport Hij is altijd sportief geweest. 2. bereid een tegenstander fair te behandelen Dat is geen sportief gedrag! Woordherkomst afgeleid van sport met het achtervoegsel -ief Antoniemen onsportief

2019-10-18

sportief

sportief - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: spor-tief 1. wie zich voor zijn plezier lichamelijk inspant ♢ Jan is erg sportief: hij voetbalt en hij tennist 2. wie goed tegen zijn verlies kan ♢ het is sportief om de winnaar na afloop een hand te geven 1. het sportief opvatten [...

2019-10-18

SPORTIEF

SPORTIEF - bn. op de sport betrekking hebbende : sportieve clubs, met sportieve bedoelingen.

2019-10-18

sportief

sportief - de sport betreffend.

2019-10-18

sportief

de s p o r t betreffende; s p o r tlievend; fig. vlot.