Wat is de betekenis van sportblessure?

2020
2022-01-22
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

sportblessure

blessure door sporten. blessure die opgelopen is bij het sporten. Voorbeelden: De meeste sportblessures, 63%, komen voor aan enkels, knieën, polsen of handen. http://www.kring-apotheek.nl/zz/zz35.html, 2003 De sportman verwacht hulp en steun bij een sportblessure of sportletsel. http://www.gosmt.nl/tekst/prossprtmas.h...

Lees verder
2019
2022-01-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

sportblessure

sportblessure - Zelfstandignaamwoord 1. (sport) blessure Woordherkomst samenstelling van sport en blessure

Lees verder
2010
2022-01-22
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

sportblessure

Verwonding of lichaamsstoornis door een sportactiviteit. Alle mensen die intensief sporten, hebben kans dat zij iets in hun lichaam kapotmaken: de huid door een schaafwond, de enkel door een verstuiking of verzwikking, een bot door een breuk, of erger. De kans op sportletsel is groter bij mensen die pas beginnen aan een sport, vooral wanneer ze een...

Lees verder
2009
2022-01-22
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

sportblessure

→ blessure

2008
2022-01-22
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

sportblessure

→ blessure