Wat is de betekenis van spons?

2020
2022-05-18
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

spons

Het begrip spons heeft 2 verschillende betekenissen: 1) primitief meercellig dier. primitief meercellig dier dat zich in kolonies vastzet op de bodem van zeeën of andere waters en dat uitsluitend bestaat uit een buis met een skelet dat vaak door mensen wordt opgevist en verwerkt tot het bekende gebruiksvoorwerp spons. 2) gebruiksvoo...

Lees verder
2020
2022-05-18
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

spons

1) (19e eeuw) (sold.) dronkaard. Omdat een spons vloeistof opzuigt. In de 19e eeuw zei men reeds: 'Hij heeft een spons in de keel'. Ook: 'drinken als een spons.' • Ik wil niet, dat gij mij als een gemeenen dronkaard, eene vuile spons, een drinkmachine aanziet. (Alexandre Dumas: God beschikt. 1852) • Spons: scheldnaam voor een dronkaard....

Lees verder
2019
2022-05-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

spons

spons - Zelfstandignaamwoord 1. (dierkunde) dier behorend tot de stam Porifera (sponsdieren), sedentaire, primitieve meercellige dieren die zich vastzetten op de bodem van (meestal) zeeën en oceanen tot op 8,5 kilometer diepte 2. zacht en buigzaam opgedoken skelet van [1] dat als hulpmiddel bij het schoonmaken gebruikt wordt omdat het...

Lees verder
2018
2022-05-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

spons

spons - zelfstandig naamwoord 1. voorwerp van een stof met veel lucht erin dat water op kan zuigen ♢ zij lapte de ramen met spons en zeem Zelfstandig naamwoord: spons de spons de sponsen of sponzen ...

Lees verder
2017
2022-05-18
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Spons

Spons - dronkaard. Huzarenterm, Tilburg.

2007
2022-05-18
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

spons

(soldatentaal) dronkaard. Omdat een spons vloeistof opzuigt. Vermeld door Van Ginneken.

Lees verder
1998
2022-05-18
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Spons

vegen met de - van Blanus, zie Blanus.

1974
2022-05-18
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

spons

skelet van de badspons (Spongia officinalis), bestaat uit spongine.

1952
2022-05-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Spons

s., spouns, spons.

1950
2022-05-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

SPONS

I. v. (-en, sponzen), 1. naam van de dieren die de hoofdafdeling der Porifera vormen, zij leven als afzonderlijke dieren, of vormen groepen (stokken). 2. het vaste gedeelte of geraamte van de onder 1. genoemde dieren waaruit de zachtere delen verwijderd zijn, dat om zijn groot vermogen vloeistoffen op te zuigen en onder de minste druk weer l...

Lees verder
1937
2022-05-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

spons

v. sponsen of sponzen (1 lage diersoort in zoet- of zoutwater levende; 2 het hoornig skelet van sommige sponssoorten): 1. de sponsen worden opgediept v. d. bodem der zee o. a. bij Tripolis; 2. koopman in sponsen; zegsw. ergens de spons over halen (Z.-N. met de spons over iets gaan), eig. iets uitwissen, fig. vergeven en vergeten.

Lees verder
1933
2022-05-18
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Spons

→ Sponzen.

1898
2022-05-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SPONS

SPONS - v. (-en, sponzen), de sponsen (spongia) vormen eene klasse der huidzakdieren; zij leven als afzonderlijke dieren en vormen diergroepen (stokken); — het vaste gedeelte of geraamte, waaruit de zachtere deelen verwijderd zijn, dat in ‘t dagelijksche leven bij het wasschen, baden, betten enz. veel gebruikt wordt: met eene spons wass...

Lees verder