Wat is de betekenis van spil?

2019
2021-07-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

spil

spil - Zelfstandignaamwoord 1. (n) (scheepvaart) een kaapstander Als zware spil was de toen normale horizontale ankerspil op het voorschip gebruikelijk. 2. (f)/(m) de as waar iets rond draait 3. (f)/(m) overdrachtelijk: de persoon die een centrale...

Lees verder
2018
2021-07-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

spil

spil - zelfstandig naamwoord 1. verticaal onderdeel waar iets omheen draait ♢ in het midden van de wenteltrap bevindt zich de spil 2. iemand die een centrale rol heeft ♢ de spil in die miljoenenfraude is een...

Lees verder
2017
2021-07-27
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Spil

Verticale as voor de krachtsoverbrenging in de molen. Koningsspil, grote spil, kleine spil. De grote spil of bovenspil, steenspil, loopt van de schijfloop naar de rijn onder aan de bovenste molensteen. Het onderste deel van deze spil is van ijzer. De kleine spil grijpt met de bovenkant in de rijn (molenijzer) en rust met de onderzijde op de pasbalk...

Lees verder
1981
2021-07-27
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

spil

het ronddraaiende klosje waarmee bij een spinmachine de vezels ineengedraaid worden; in de techniek wordt er gewoonlijk een draaiende as mee bedoeld, b.v. de spil van een draaibank, waarin het werkstuk wordt vastgeklemd en rondgedraaid.

1977
2021-07-27
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

spil

spil - mannelijk lid; zie voor meer bet.-overgangen van ‘langwerpig gereedschap’ naar ‘penis’ o.a. spit, speld en vgl. klos. Spil, spul en balie quijt, HUYGENS I, 594 [1653]. Een vrouw, die van verlangen verging zich de spil van een boerenkerel in haar spinrokken te laten zetten, Sch. P. 97 [1970].

Lees verder
1973
2021-07-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

spil

(-len), I. v./m., 1. gereedschap waarmee men lange vezels tot een draad ineenwerkt; ook als eenheid waarin de grootte van een spinnerij wordt uitgedrukt (→spindel); 2. pin in een schietspoel waarop het inslaggaren wordt gestoken; 3. deel waar iets om draait (→as): de brug draait op een —; (fig.) hij is de — waar alles om d...

Lees verder
1952
2021-07-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Spil

s., spil(le), bout.

1950
2021-07-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

SPIL

(-len), I. v., 1. gereedschap waarmee men lange vezels tot een draad ineenwerkt: 12 stoomspinnerijen met 204.000 spillen; 2. deel of as waar iets om draait: de spil van een molen, van een kraan ; de brug draait op een spil; de pottebakkerschijf bestaat uit een verticale spil, die bovenop een rond tafeltje draagt; — (fig.) hij is de spil, wa...

Lees verder
1949
2021-07-27
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Spil

zie Anker.

1933
2021-07-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Spil

Windas op een schip, waarmede ankerketting en de zwaardere touwen worden gewonden. De verticale spil heet gangspil, de horizontale braadspil.

1916
2021-07-27
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Spil

Spil - 1) centrale as, waarom het spinnen plaats grijpt; gewoonlijk een verdund uitloopende metalen pen. 2) eenheid, waarin de grootte van een spinnerij, of de belangrijkheid van een geheel spindistrict wordt uitgedrukt. 3) een windas, aan boord van een schip, dienende om het anker te lichten, een zwaren last over te nemen, een meertros stijf te ha...

Lees verder
1898
2021-07-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SPIL

SPIL - v. (-len), pin van hout of metaal, welke de as van een ronddraaiend ding uitmaakt; (fig.) dit is de spil, waarom alles draait, het voorwerp waarvan alles afhangt; — as (van een windwijzer); stander eener wenteltrap; (drukk.) schroef; (garen-) winder; staaf (van een spinnewiel en een aantal andere voorwerpen); — (wap.) (eert.) be...

Lees verder
1870
2021-07-27
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Spil

Spil is in het algemeen de naam van eene as, om welke iets draait, en meer in het bijzonder van een werktuig, op schepen in gebruik en vooral dienende om het anker te ligten, om te verhalen en om zware lasten te verplaatsen. Men onderscheidt de gangspil met eene vertikale rol van de braadspil met eene horizontale. Zie onder Braadspil en Gangspil.