Wat is de betekenis van speler?

2020
2022-10-01
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

speler

Het begrip speler heeft 6 verschillende betekenissen: 1) iemand die meedoet aan sport of spel. iemand die deelneemt aan een sport of spel; iemand die meedoet aan een spel(letje); deelnemer aan een sport of spel. 2) deelnemer. iemand die aan iets deelneemt; ook: bedrijf dat of organisatie die aan iets deelneemt; partij die aan iets de...

Lees verder
2019
2022-10-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

speler

speler - Zelfstandignaamwoord 1. (spel) (sport) een deelnemer aan een spel of sport Dit spel wordt gespeeld met twee spelers. 2. een partij Microsoft is een belangrijke speler op de softwaremarkt. 3. iemand die toneel speelt, een toneelspeler 4...

Lees verder
2018
2022-10-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

speler

speler - zelfstandig naamwoord uitspraak: spe-ler 1. iemand die aan een spel meedoet ♢ de spelers renden vlak voor de wedstrijd het veld op Zelfstandig naamwoord: spe-ler de speler de sp...

Lees verder
2009
2022-10-01
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

speler

(de; -s) SP - iem. die een spel speelt of een sport als recreatie of in competitieverband beoefent, bv, iem. die golf speelt

2002
2022-10-01
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

speler

De speler is degene die het personage uitbeeldt (zie uitbeelden) tijdens het dramatisch spel.

2001
2022-10-01
Begrippenlijst drama

Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Speler

Degene die het (→) personage vormgeeft, c.q. uitbeeldt tijdens het dramatisch spel.

1998
2022-10-01
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

speler

Bridger. Een van de vier personen aan een tafel waaraan bridge wordt gespeeld.

1990
2022-10-01
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

speler

speler - Te gebruiken voor personen die spelletjes of wedstrijden spelen of muziekinstrumenten bespelen. Gebruik 'acteurs' voor personen die een rol spelen in toneelstukken.

1973
2022-10-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

speler

m. (-s), 1. iemand die een spel als ontspanning beoefent; lid van een ploeg die een sport beoefent: een van de spelers moest het veld verlaten; met betrekking tot zijn kwaliteiten in het spel: een sterke —; 2. iemand die verslaafd is aan kansspelen; 3. iemand die toneel speelt; iemand die of voorzover hij muziek maakt: ik ben geen groot &mda...

Lees verder
1952
2022-10-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Speler

s., spiler, spylder.

1950
2022-10-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

SPELER

m., SPEELSTER, v. (-s), 1. die een spel als ontspanning beoefent; — lid van een ploeg die een sportief spel beoefent: een van de spelers moest het veld verlaten; iem. met betr. tot zijn kwaliteiten in het spel: een sterke speler; 2. die verslaafd is aan kansspelen; 3. iem. die toneel speelt; — iem. die of voor zover hij...

Lees verder
1937
2022-10-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

speler

m. spelers, spelertje (1 iem., die speelt, inz. die veel speelt in bet. 3; 2 iem., die muziek maakt, toneelspeelt). 1. een kaartspeler; hij is een verslaafd aan het spel; 2. een harpspeler, toneelspeler; vr. speelster, speelsters.

Lees verder
1930
2022-10-01
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

speler

('spe:lər) m. (-s) hij die speelt inz. (I 2) 1. (a a): domino-, kaartspeler; een zijn, veel van het spel houden. 2. (b a) : toneelspeler. 3. (c) : harp-, vioolspeler. _

Lees verder
1898
2022-10-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SPELER

SPELER - m., SPEELSTER, v. (-s), die speelt: (inz.) die veel speelt; (muz.) bespeler van eenig instrument; (ook) tooneelspeler.

1573
2022-10-01
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

spêler

Lusor: & Histrio, actor, scenicus: & Lusor, aleo, aleator.

Lees verder