Wat is de betekenis van Souvereiniteit?

1955
2021-12-05
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Souvereiniteit

opperheerschappij, autonomie.

1950
2021-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

SOUVEREINITEIT

(<Fr.), v., 1. oppermachtige heerschappij ; hoogste staatsgezag: de souvereiniteit werd Willem opgedragen; territoriale souvereiniteit, die het gebied betreft; personele souvereiniteit, die geldt ten aanzien van de staatsburgers ; — souvereiniteit in eigen kring, autonomie of zelfbestuur; 2. omstandigheid dat een gezag, een staatsmacht va...

Lees verder
1949
2021-12-05
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Souvereiniteit

(van vuig. Lat. superanus, hoogste), de hoogste macht. Men spreekt van S. in staatsrechtelijke zin: de hoogste (niet de absolute) macht in de Staat, en van S. in volkenrechtelijke zin: de onafhankelijkheid van een Staat t.o.v. andere Staten; die onafhankelijkheid is niet onbeperkt, vooral niet sedert de opkomst van allerlei inter- of supranationale...

Lees verder
1948
2021-12-05
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

souvereiniteit

v. oppermacht, recht van oppergezag. sovereign, (sovrin) (Eng.) m. gouden munt = 21 s h i l l i n g.

Lees verder
1933
2021-12-05
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Souvereiniteit

De hoogste macht, die rechtens aan geen andere macht gebonden is, met dien verstande dat, waar sprake is van een ontwikkelde rechtsorde, de dragers van de souvereine macht toch weer gebonden zijn aan het recht (→ Rechtsstaat). In de internationale statengemeenschap berust de souvereiniteit bij de individueele staten, die er deel van uitmaken....

Lees verder
1916
2021-12-05
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Souvereiniteit

Souvereiniteit - Vrijheid om onafhankelijk van ieder ander zelfstandig over zijn gedragingen te beslissen. Het woord wordt vooral gebruikt ten aanzien van staten en staatshoofden. Onder volkssouvereiniteit verstaat men het recht van de geregeerden om zelf over de wijze, waarop geregeerd zal worden, te beslissen. De leer der Volkssouvereiniteit spee...

Lees verder
1898
2021-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SOUVEREINITEIT

SOUVEREINITEIT - v. oppermachtige heerschappij; recht van regeeren: de souvereiniteit werd Willem opgedragen; gebied.

1870
2021-12-05
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Souvereiniteit

Souverein noemt men in den Staat dengene, die met het hoogste gezag bekleed en van geen ander gezag afhankelijk is. Dat hoogste gezag zelf draagt den naam van souvereiniteit. Zijn daaraan bepaalde regten, zooals de vorstelijke praerogatieven, verbonden, dan heet men deze souvereiniteitregten. De souvereiniteit in een Staat kan opgedragen zijn aan e...

Lees verder
1864
2021-12-05
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

souvereiniteit

souvereiniteit - v. oppermachtige heerschappij; recht van regeeren, gebied