Wat is de betekenis van Soms, Somtijds, Somwijlen?

1937
2022-09-28
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

soms, somtijds, somwijlen

bw. (1 van tijd tot tijd, nu en dan; 2 misschien). 1. hij is soms zeer gemelijk; 2. hebt ge soms een gulden?

Lees verder
1864
2022-09-28
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Soms, Somtijds, Somwijlen

Soms, Somtijds, Somwijlen, bijw. en vw. nu en dan, bij tusschenpoozen; misschien, welligt.