Wat is de betekenis van SOMMA?

1994
2022-05-17
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Somma

[via Fr. somme van Lat. summa] som, bedrag; in somma, totaal; somma sommarum (onjuist voor summa summarum, zie summa), alles bijeen genomen.

1993
2022-05-17
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Somma

geldsom

1955
2022-05-17
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Somma

bedrag.

1950
2022-05-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

SOMMA

(Lat.), v., som, bedrag: de somma van f 100; — somma sommarum, alles bij elkaar.

1937
2022-05-17
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

somma

v. (Lat. geldsom): de somma van f 10.

1910
2022-05-17
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Somma

Somma - bedrag.

1898
2022-05-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SOMMA

SOMMA - v. som.

1869
2022-05-17
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Somma

1) stad in ’t Napelsche, in Terra di Lavoro, 4 uren gaans beoosten Napels; 8500 inw. 2) stad in Lombardijé, 2 uren gaans benoordw. Gallarate ; 4000 inw.; in de nabijheid dezer stad gaf Marcellus de nederlaag aan de Insubren, en bevocht Hannibnl enne overwinning op Scipio.

Lees verder