Wat is de betekenis van snuffelen?

2019
2021-01-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

snuffelen

snuffelen - Werkwoord 1. (inerg) aandachtig ruiken 2. (inerg) nieuwsgierig en vaak ook heimelijk doorzoeken Woordherkomst (freqtt) snuiven of snuffen met het achtervoegsel -el

Lees verder
2018
2021-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

snuffelen

snuffelen - regelmatig werkwoord uitspraak: snuf-fe-len 1. aandachtig de geur van iets opnemen ♢ de poes snuffelt aan de dode muis 2. nieuwsgierig rondkijken ♢ mijnheer Van Tefelen snuffelt graa...

Lees verder
2014
2021-01-21
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

snuffelen

(~snuiven), 1. rondkijken of er iets van zijn gading bij is: De pot kreeg blauwe lippen en vuurrode oren … ‘Gadsame krakepitten, is dat nieze een pot? Komt dat helemaal uit den Haag hierheen om te snuffelen?’ BOTING2 71; 2. nemen (als resultaat van dat rondkijken): Zo meteen komt er een ander en die snuffelt d’r zo voor je...

Lees verder
1991
2021-01-21
Lesbotaal Lexicon (1991)

Lesbiaans : lexicon van de lesbotaal (1991). Geschreven door Kunst, Hanneke, en Xandra Schutte.

Snuffelen

Snuffelen - erotische belangstelling voor iemand hebben, aan iemand snuffelen.

1950
2021-01-21
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

SNUFFELEN

(snuffelde, heeft gesnuffeld), 1. van dieren) door herhaaldelijk krachtig lucht op te snuiven een spoor, voedsel enz. zoeken of een persoon of zaak trachten te herkennen: de hond snuffelde overal; 2. bedrijvig zoeken (in), nieuwsgierig doorkijken: je hebt in mijn zaken niet te snuffelen; — speuren, zoeken naar wat de belangstel...

Lees verder
1898
2021-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SNUFFELEN

SNUFFELEN - (snuffelde, heeft gesnuffeld), den reuk (van iets) inademen : de hond snuffelde overal; — (fig.) doorzoeken, nieuwsgierig doorkijken, doorsnuffelen : gij hebt in mijne zaken niet te snuffelen; hij snuffelt altijd in de boeken. SNUFFELING, v.

Lees verder