Synoniemen van snotaap

2020-01-24

SNOTAAP

SNOTAAP - m. (...apen), snotjongen.

2020-01-24

snotaap

iemand die te jong is om al ernstig genomen te worden, en die zich vaak bovendien nog onvolwassen gedraagt

2020-01-24

snotaap

kwajongen, bengel; jeugdig persoon die zich met zaken van volwassenen wil bemoeien. Eigenlijk ‘een jongen die zijn neus niet kan schoonhouden’. Twentse scholieren gebruikten eind twintigste eeuw het scheldwoord snotkever.Zoo’n snotaap! (Het Volk, 16/10/1910) Kom met die boot terug, snotaap! (Johan Fabricius, Flipje, 1936)

2020-01-24

snotaap

snotaap - Zelfstandignaamwoord 1. (scheldwoord) (pejoratief) snotneus Woordherkomst samenstelling van snot en aap Synoniemen bengel, blaag, rekel, vlegel, snotneus, rakker Verwante begrippen straatbengel

2020-01-02

snothork, snotjork, snotpork, snotwork

kwajongen; bengel; snotaap; dom ventje. Gebruikt als koosnaam of als schimpnaam. Gevonden op internet: jij baarmoedergeslingerde afgelikte snotpork! Niet vermeld in het WNT, al werd snotwork volgens informanten al in de jaren dertig gebruikt. WNT en Van Dale vermelden wel pork als gewestelijk woord (uit het oosten van het land) voor een kind dat te klein is voor zijn jaren; een kleuter. Een bijvorm van pork is park. Bij Boekenoogen: ‘Dat kind is toch zoo’n purk, ’twil maarniet...

2020-01-02

snotjongen, snotkoker, snotneus, snotpegel

kwajongen die zich in gesprekken met volwassenen mengt of zich heel wat aanmatigt, bengel, snotaap. Wel heb je van jen leven! Mag ik mijn eigen kinderen niet slaan als ik verkies en zal zoo’n snotjongen mij dat beletten? (Jacob van Lennep, De pleegzoon, 1833) Sulleke snotkokers! Sulleke lamstrale! (Herman Heijermans, Kamertjeszonde, 1898) Snotneus, bemoei jij je er niet mee! (Theo Thijssen, Kees de jongen, 1923)

2017-05-11

Geek

Het ergste soort onder de 'netizens': een asociale, melodramatische puistekop met een ruggegraat van elastiek, die niets anders doet dan computers en netwerken de stuipen op het lijf jagen, omdat-ie er eigenlijk niets van snapt - een drollenbak, een patjepeeër, een snotaap. Ook wel aangeduid als 'turbo geek', 'propeller head', 'arachnerd' en ga zo maar door. 'Geeks' zouden opgesloten moeten worden om de rest van de mensheid tegen domkopperij te beschermen. Er is een discussie gaande of 'nerds'...

2019-02-20

scriptkiddie

Jonge computerkraker die gebruikmaakt van een bestaand programma om in te breken in een computersysteem. Van script ‘serie computerinstructies’, en kiddie, een neerbuigend woord voor ‘snotaap, jochie’. In de dagbladen debuteerde het woord in maart 2000 in het Rotterdams Dagblad. Ook NRC Handelsblad en het Algemeen Dagblad gebruikten het in de loop van het jaar. Op 6 september zei een computerdeskundige tegen de Volkskrant: Er speelt nog een derde...

2017-11-02

snotapen

snotapen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord snotaap

2017-11-02

snotaapjes

snotaapjes - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord snotaap

2017-11-02

snotaapje

snotaapje - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord snotaap

2017-12-04

kwajongen

kwajongen - Zelfstandignaamwoord 1. een jongen die dingen doet die men niet goedkeurt, maar die men toch aardig vindt Synoniemen belhamel, bengel, boef, deugniet, doerak, dondersteen, donderstraal, kapoen, ondeugd, rakker, rekel, schavuit, schobbejak, snotaap, snotneus, vlegel, vlerk

2017-11-02

snotneus

snotneus - Zelfstandignaamwoord 1. jonge onverlaat, iemamd die nog niet meetelt Ik laat mij door die snotneus de les niet lezen. Woordherkomst samenstelling van snot en neus : iemand die zijn neus nog niet weet te snuiten Synoniemen snotaap

2020-01-02

slingeraap

lang, mager persoon. Naar een bepaalde aapsoort die zich met de staart van boom tot boom slingert. Vandaar ook uitdrukkingen zoals ‘zo kwiek als een slingeraap’. Het menselijk uiterlijk van de aap leverde scheldwoorden zoals baardaap; snotaap en klapperaap.Dat zou een grote manskerel ’m niet eens flikken, laat staan zo’n kleine slingeraap. (Piet Bakker, De slag in de Javazee, 1951) In een land niet ver van hier/ lijkt elk mens precies een dier/ juffrouw Zus is net een sc...

2017-11-10

bengel

bengel - Zelfstandignaamwoord 1. (scheldwoord) deugniet bengel - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bengelen ♢ Ik bengel 2. gebiedende wijs van bengelen bengel! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bengelen bengel je? Synoniemen blaag, rekel, snotaap, vlegel

2017-10-31

ach

ach - Tussenwerpsel 1. drukt medelijden, verbazing, ontzetting of onsteltenis uit Heeft hij echt kanker? Ach, nee toch! 2. drukt uit dat iets minder belangrijk is Ach, dat heb je wel vaker met meisjes van deze leeftijd. 3. drukt boosheid uit Ach! Hou nou eens eindelijk je grote mond dicht snotaap.

2017-11-13

dondersteen

dondersteen - Zelfstandignaamwoord 1. een lastig, ondeugend persoon Acteur Jason Priestley heeft spijt. Spijt van zijn voortijdige vertrek uit Beverly Hills 90210 (1990-2000), de televisieserie die zijn leven veranderde, en spijt van de losbandige jaren die daarop volgden. Hoewel hij het kettingroken, zuipen en autoracen inmiddels heeft verruild voor het savoureren van goede wijnen met zijn vrouw Naomi en het dollen met hun donderstenen Ava en D...

2020-01-02

jojo

(jeugdtaal) dom persoon, sufferd; vaak ook een klootzak of gewoon een willekeurig persoon. Sedert de jaren tachtig. De term werd voor het eerst gesignaleerd door Laps en daarna opgenomen in Van Dale Hedendaags Nederlands. Misschien ontleend aan het populaire stripfiguurtje Jojo (een creatie van de tekenaar Jijé, pseudoniem van Joseph Gillain): een reporter geïnspireerd op Kuifje. In het Frans betekent affreux jojo ‘snotaap, dondersteen’.Een platendeal met A &...

2020-01-02

aap

(m.b.t. kinderen) deugniet, kwajongen. De vrouwelijke vorm komt als scheldwoord weinig voor. Aap wordt meestal voorafgegaan door een bijvoeglijk naamwoord. Een man met veel haar op de borst wordt wel eens een behaarde aap genoemd. Een luie aap wordt gezegd van een luierik. Een langharige aap was in de jaren zestig een scheldwoord voor een langharige. Een schilder werd vroeger wel eens minachtend een kladaap genoemd. Bij de marine is een kettingaap een spottende benaming voor een adelborst. En...

2017-10-30

blaag

blaag - Zelfstandignaamwoord 1. een stout en lastig kind - Verstappen kreeg na de race een tijdstraf van vijf seconden voor zijn actie en werd daarmee teruggezet naar plek vijf. Lege handen en weer een deukje in zijn reputatie, al zullen vooral zijn criticasters bevestiging hebben gezien voor wat zij al een tijd vinden: enorm talent, maar wat een blaag kan het zijn. - Toegegeven, de rente op de kapitaalma...