SNOET
m. (-en), 1. vooruitstekend gedeelte van de kop van sommige dieren, gevormd door neus en mond; 2. (smalend) mond: hij stond met de jeneverfles aan zijn snoet; hou je snoet! zwijg!; 3. gezicht: een lelijke snoet hebben; 4. (plat) portret; 5. lieverd, schat.