Wat is de betekenis van snappen?

2018
2021-04-15
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

snappen

snappen - regelmatig werkwoord uitspraak: snap-pen 1. het kunnen volgen met je verstand ♢ ik snap niet wat je zegt Regelmatig werkwoord: snap-pen ik snap jij/u snapt ...

Lees verder
1952
2021-04-15
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Snappen

v.; (begrijpen), snappe, fetsje, bigripe, foar ’t forstân krije; (vangen) snappe, snippe, pikke; (praten), snappe, snakke, bekje, bletterje.

1950
2021-04-15
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

SNAPPEN

(snapte, heeft en is gesnapt), 1. happen: de hond snapte naar 't brood, dat men hem toewierp ; de kikker snapte naar de vliegjes; 2. (Zuidn.) haastig grijpen : {naar) iets snappen dat valt; 3. juist op tijd ontmoeten of bereiken: ik kon nog net de trein snappen : 4. betrappen; 5. vatten, grijpen, pakken: zij hebben hem gesnapt, in hechtenis...

Lees verder
1898
2021-04-15
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SNAPPEN

SNAPPEN - (snapte, heeft en is gesnapt), snel den mond open- en dichtdoen, happen: de hond snapte naar ’t brood, dat men hem toewierp; de kikker snapte naar de vliegjes; — babbelen, praten: zij doet niets dan snappen; — snel verspringen, dichtslaan: het slot snapte dicht; de haan van het geweer snapte uit de rust; — (Zuidn...

Lees verder
1898
2021-04-15
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Snappen

zie Babbelen.