Wat is de betekenis van Snaphaan?

2020
2022-07-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

snaphaan

1) (17e eeuw, vero.) (euf.) mannelijk geslachtsdeel. Eigenlijk: ouderwets geweer met een lont. Wapens doen vaak dienst als metafoor voor de penis, bijv. degen, lans, speer enz. Zie ook magazijn*. • Ach bruigom, 't manuaal leer haar in stomme taal opdat zij op het trommelslag de snaphaan handelt als een vlag... ( Gekroon Batavia. 1767) ...

Lees verder
2017
2022-07-07
Matrozen en mariniers

Jargon & Slang van Matrozen en mariniers

Snaphaan

Snaphaan - geweer met een der eerste vormen van een vuursteenslot. Sinds de 17de eeuw, nu verouderd. Ook: knietje onder de ra. Zie ook senappan.

1977
2022-07-07
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

snaphaan

snaphaan - mannelijk lid; eig. ‘geweer’; vele aanduidingen voor ‘wapens’ hebben de bet. ‘penis’ (zie o.a. kanon, degen, lans). Hoe noemt ghy den snaphaen daer ghy mede nae Venus doelen schiet?, Den Kluchtigen Bancket-Kramer 219 [1657].

1952
2022-07-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Snaphaan

s., snaphaen.

1950
2022-07-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

SNAPHAAN

I. m. (...hanen), 1. (vero., arch.) vrijbuiter of rover te paard; 2. (niet alg.) vent, snoeshaan, snuiter : je bent een rare snaphaan. II. m. (...lianen), 1. ouderwets geweer dat niet met een lont, doch door middel van een haan met vuursteen afgeschoten werd; 2. (zeew.) knietje onder de ra ; steunhout voor de mars.

Lees verder
1937
2022-07-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

snaphaan

m. snaphanen (ouderwets vuurroer; fig. straatdief, struikrover).

1933
2022-07-07
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Snaphaan

ouderwetsch vuurroer, geweer v. verouderde constructie.

1898
2022-07-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SNAPHAAN

SNAPHAAN - m. (...hanen), geweer, vuurroer waarbij de brandende lont aan een haan bevestigd was; (fig.) gauwdief, struikroover; je bent een rare snaphaan, je bent een rare snuiter; — (zeew.) knietje onder de raas. SNAPHAANTJE, o. (-s).

Lees verder