Wat is de betekenis van snaaien?

2018
2021-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

snaaien

snaaien - regelmatig werkwoord uitspraak: snaai-en 1. stiekem nemen wat niet van jou is ♢ hij wist al snel het geld uit de kas te snaaien 2. snoep eten ♢ Ramona loopt de hele dag te snaaien...

Lees verder
2014
2021-01-21
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

snaaien

(< Jidd. sjneien, snijden), 1. stelen: ‘Ja, maar u steelt toch?’ ‘Nnnnnei. ’t Is meir wat wij noeme: onteigene ...’ ‘Ja, ja. D’een noemt het zus en de ander weer zo, maar uw vak is dan toch ... snaaien!’ NONO3 20; 2. (lekker) eten; snoepen: Pl. Amst.

Lees verder
1950
2021-01-21
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

SNAAIEN

(snaaide, heeft gesnaaid), 1. (volkst.) kapen, wegnemen, vooral iets om te eten ; 2. (beurst.) meer in rekening brengen dan betaald is, zich van gapkoersen bedienen; 3. (gew.) snoepen; 4. (gew.) winnen: die jongen snaait ze, hij heeft al dertig knikkers gewonnen.

Lees verder
1898
2021-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SNAAIEN

SNAAIEN - (snaaide, heeft gesnaaid), (gew.) winnen : die jongen snaait ze, hij heeft al 30 knikkers gewonnen, — (diev.) kapen, wegnemen; — (gew.) snoepen. SNAAIER, m. (-s).

Lees verder