Synoniemen van Smeris

2020-01-26

SMERIS

SMERIS - m. (-en), (diev.) agent van politie.

2020-01-26

smeris

smeris - m., (argot), politieagent.

2020-01-26

smeris

politieagent. Op smeris staan, op uitkijk staan.

2020-01-26

smeris

smeris - zelfstandig naamwoord uitspraak: sme-ris 1. iemand die bij de politie werkt ♢ (plat) doen de smerissen kwamen, zijn we weggerend Zelfstandig naamwoord: sme-ris de smeris de smerissen het smerisje Synoniemen agent

2020-01-26

smeris

politieagent Omstreeks 1800 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, samengesteld uit de processtukken van de zogenoemde Brabantse Bende, in de vorm smeer en met als betekenis ‘ijder persoon die op schildwacht moet staan’. Vervolgens in 1844 aangetroffen in de Algemeene Konst- en Letterbode in de uitdrukking zij staan smeris voor ‘zij staan op de uitkijk’. Smeris komt in deze tekst ook voor in de betekenis ‘wachter, oppasser’. Via het Jiddis...

2020-01-26

smeris

m. politieagent.

2020-01-26

Smeris

op - staan op de uitkijk staan. Bargoense uitdr. Gaat terug op de Duitse Rot- welsch-uitdr. (uit de 18de eeuw) Schmiere stehen ‘op wacht staan’. Van Joden-Duits schmiro ‘bewaking, wachter’, uit Hebreeuws sjemiera ‘toezicht, wachf, sjamar ‘bewaken’. Sinds ca. 1844 kennen wij in het Nederlandse Bargoens de term smeris in de bet. ‘politieagenf.

2020-01-26

smeris

net zoals klabak een Bargoens scheldwoord voor ‘politieagent’. Wellicht het bekendste Nederlandse pejoratief voor deze beroepsaanduiding. Aanvankelijk dacht men aan smeren in de zin van ‘slaan’, vooral in de uitdrukking iemand smeer geven of hem afsmeren. Men hield een agent dus voor iemand wiens voornaamste bezigheid zou zijn erop te ranselen. Het woord werd echter ontleend aan het Jiddisch en komt van shamar (bewaken) en shaumir (bewaker). Het Duitse Schmiere steken (o...

2019-07-10

smeris jaspenen

op uitkijk staan.

2019-07-17

rus

rus - m., (argot), politieagent,rechercheur, smeris.

2020-01-02

adoot

(straatjeugd, begin twintigste eeuw) straatagent. Syn.: bout,jato, juut, kip, klabak, smeris. Elke stad heeft zijn bij- of scheldnamen voor den politieman: de ‘klabak’, de ‘diender’, de ‘smeris’, de ‘adoot’; en alle afdeelingen van het corps worden in deze benamingen verwerkt, zodat we den bereeden agent wel ‘knol-smeris’ hebben hooren noemen. De ‘tuf-adoot’ was de laatste vondst voor den agent, die op motorfiets of in een k...

2020-01-02

jato

(Bargoens) politieagent (vooral te Amsterdam en Rotterdam). Vermeld door Stoett (onder het lemma smeris). Variant van juto? Zie juut.Politie-agent(en): adje, bout, koperenbout, dekkel, glimmende gajes, glimmende gassie, glimmert, glimmerik, grandige(r), hoed, jato, kallebak, klabak, kip, krauter, lamp, latkip, link gajes, poedel, poets. (Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II, 1914)

2019-07-10

pleite maken

wegwerpen. Daar kwam een rus (smeris) aan, zo hard hij kon en wij pleite. De vonk pleite maken, het licht uitdoen.

2019-07-10

afleggen

beloeren; ongemerkt nagaan; verkennen; de russen (z.a.) hebben hem afgelegen; dat spiese (z.a.) moet eerst afgelegen worden; een smeris legt je af.

2017-12-04

klabak

klabak - Zelfstandignaamwoord 1. (pejoratief) smeris, juut, politieagent Woordherkomst Wellicht van het bargoense kleb (Jiddisch kelew, hond), met het achtervoegsel -ak

2018-06-22

Politie, Bijnamen van

Politie, Bijnamen van - Twee algemene uitdrukkingen voor het politiekorps in zijn geheel zijn uit het buitenland afkomstig, namelijk de heilige hermandad en de prinsemarij. Hermandad is een Spaans woord, dat broederschap betekent. De oorspronkelijke Hermandad was de aanduiding van een aantal Spaanse steden die zich in grote broederschap hadden verbonden om de adel te bestrijden. Dit verbond had een eigen politiemacht, die eveneens Hermandad werd genoemd. De prinsemarij is een woord van Franse af...

2017-10-25

hapschaar

hapschaar - Zelfstandignaamwoord 1. (informeel) politieagent, smeris, juut Woordherkomst Ontleend aan het Franse happe-chair "agent die dieven aanhoudt" (een samenstelling van happer "vastpakken" en chair "vlees"). Synoniemen hapscheer

2018-08-17

schuurtje

De gevangenis. Reeds bij Koster Henke en Stoett. Eveneens vermeld door Jan Oudenaarden (‘Terugkeer van Opoe herfst. Over de woordenschat van Rotterdam’ .1986). ‘Pas maar op dat die smeris ’t niet hoort,’ waarschuwde de varensgast waaks. ‘Zit je zo in ’t schuurtje.’ Jan Mens: Er wacht een haven. 1930 Als ik vandaag een brood steel, zit ik morgen voor ’n maand in ’t schuurtje. Jan Mens: Griet Manshande. 1972

2019-02-11

afleggen

beloeren, ongemerkt nagaan, bespieden, verkennen Omstreeks 1860 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, opgesteld door M. Verwoert, indertijd directeur van een gevangenis te Utrecht. In 1906 geeft Köster Henke in De Boeventaal onder meer als voorbeeldzinnen: ‘De russen hebben hem afgelegen’ (‘de rechercheurs hebben hem beloerd’) en ‘Een smeris legt je af’ (‘een agent bespiedt je’). • Ik nam er één van, maar zonder dat we ’t wisten had er eentje ons...

2020-01-02

sladubbel

(meestal voorafgegaan door lange) lang, mager persoon. Er kwam direkt een stootje gaaies en nog een smeris op een draffie. Zo’n lange sladubbel, die in z’n ijver nog haast een doodsmak maakte over z’n sabel en een bennetje met kuit... (Willem van Iependaal, Polletje Piekhaar, 1935)