Wat is de betekenis van sluipschutter?

2025-07-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

SLUIPSCHUTTER

m. (-s), verdekt opgesteld scherpschutter die inz. bij nacht vuurt op vijandelijke schildwachten enz.

2025-07-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

sluipschutter

(1953) (voetb.) speler die weinig opvalt, maar die onverwacht ergens opduikt en hierdoor een doelpunt kan scoren. • Er was verder een groot, opmerkelijk verschil: de kleine meetkundige figuren, dikwijls achterwaarts gericht, die Happel, Stotz en Brinek vóór rust over het veld trokken, waarbij slechts Ockwirk soms fel en hard de r...

2025-07-20
Jargon & Slang van Voetballers

Marc De Coster (2017)

Sluipschutter

Sluipschutter - speler die weinig opvalt, maar die onverwacht ergens opduikt en hierdoor een doelpunt kan scoren. Met topschutter Erwin Vandenbergh als biezonder gevaarlijke sluipschutter. - Het Nieuwsblad 4.9.1985 ​

2025-07-20
Wielerwoordenboek

Fons Leroy en Wim van Rooy (2010)

sluipschutter

sluipschutter: net zoals een sluipschutter meestal maar een kans heeft om zijn doel te raken, voelt dit type renner goed aan wanneer het momentum in de koers beslissend is en hem de overwinning kan opleveren. Het is het soort coureur dat niet oneindig veel cartouches kan afschieten, maar wel heel wat koersinzicht heeft, en daardoor zijn krachten op...

2025-07-20
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

sluipschutter

m. (-s) verdekt opgesteld scherpschutter: de -s hadden op de schildwachten gevuurd.

2025-07-20
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)

2025-07-20
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2025-07-20
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)

Gerelateerde zoekopdrachten