Wat is de betekenis van sluipen?

2018
2022-07-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

sluipen

sluipen - onregelmatig werkwoord uitspraak: slui-pen 1. zachtjes lopen, zodat niemand je opmerkt ♢ Roxanne sloop de trap af naar beneden 1. er zijn fouten in geslopen [die zijn er ongemerkt in tere...

Lees verder
1952
2022-07-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Sluipen

v., slûpe, glûpe.

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

SLUIPEN

(sloop, is geslopen), 1. zich behoedzaam voortbewegen of begeven met de bedoeling niet opgemerkt te worden : langs een heg sluipen ; zij sloop de kamer in; 2. (van zaken) zich geleidelijk en stil voortbewegen: de naderbij sluipende torpedoboten; langzaam sloop de avond in de kleine slaapkamer ; het zelfverwijt sloop i...

Lees verder
1937
2022-07-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

sluipen

sloop, h., i. geslopen (1 onbemerkt voortlopen, heimelijk of in alle stilte ergens heen-, uit- of ingaan; 2 van zaken: zich zeer geleidelijk en stil voortbewegen of naar een doel bewegen): 1. ergens naar toe of in sluipen; de wezel sloop in het hoenderhok; 2. sluipend gif; naderbij sluipende torpedoboten; er is een abuis in de rekening geslopen.

Lees verder
1898
2022-07-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SLUIPEN

SLUIPEN - (sloop, is geslopen), onbemerkt, gluipende voortloopen : langs eene heg sluipen; — (fig.) een braaf mensch sluipt niet, houdt zich niet met sluipwegen op; — onhoorbaar, op de teenen gaan, in-, uitsluipen : zij sloop in de kamer.

Lees verder