Wat is de betekenis van slipper?

2020
2021-03-03
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

slipper

Het begrip slipper heeft 3 verschillende betekenissen: 1) schoeisel met open achterkant. schoeisel met een open achterkant en meestal ook een open voorkant dat vooral bij informele gelegenheden wordt gedragen, bijvoorbeeld bij mooi weer, op het strand of in huis. 2) uitglijder. gebeurtenis waarbij iemand uitglijdt, onderuitgaat of te...

Lees verder
2018
2021-03-03
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

slipper

slipper - zelfstandig naamwoord uitspraak: slip-per 1. schoen zonder hiel ♢ in de zomer draag ik altijd slippers Zelfstandig naamwoord: slip-per de slipper de slippers ...

Lees verder
1993
2021-03-03
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Slipper

strandsandaal; pantoffel; waterslak

1990
2021-03-03
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

slipper

slipper - Pantoffels zonder hak of lage sleehakken zonder achterkant, met een bovenleer of voorstuk van zacht materiaal en vaak met een open teen.

1982
2021-03-03
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

SLIPPER

(Crepïdula fornicdta). Behoort tot de hoofdafdeling weekdieren (Mollüsca), klasse slakken (Gastrópoda). Deze zeeslak leeft in een slofvormige schelp met een kleine beginwinding en een zeer grote laatste winding. Niet inheems in Europa, maar eind vorige eeuw met Amerikaanse oesters ingevoerd op Engelse oestergronden. Sedert 1...

Lees verder
1950
2021-03-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

SLIPPER

I. m. (-s), 1. windsel van touwwerk dat niet houdt, maar laat slippen; 2. een slipper(tje) maken, ongemerkt weggaan uit zijn werk, van huis; een snoepreisje maken. II. (<Eng. sleeper), m. (-s), dwarsligger. III. (Eng.), m. (-s), pantoffelslak of muiltje, een sinds ±1930 in onze kustwateren voorkomende waterslak (Crepid...

Lees verder
1898
2021-03-03
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SLIPPER

SLIPPER - m. (-s), glipper ; een slipper maken, zich stil uit een gezelschap verwijderen.