Wat is de betekenis van slippen?

2018
2021-04-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

slippen

slippen - regelmatig werkwoord uitspraak: slip-pen 1. greep op het wegdek verliezen en daardoor niet meer rechtdoor rijden ♢ de auto slipte op de gladde brug en dook de sloot in Regelmatig werkwoord: slip-pen ik slip...

Lees verder
2010
2021-04-22
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

slippen

slippen: wegglijden, uitschuiven.

2009
2021-04-22
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

slippen

(onov ww; slipte; h. en is geslipt) - (van een fietswiel) uitglijden, wegglijden: zijn fiets slipte op de gladde weg.

1952
2021-04-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Slippen

v., glide, glydzje, slippe; (in schoenen), slykje, slykslakje.

1950
2021-04-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

SLIPPEN

(slipte, heeft en is geslipt), 1. wegglijden, wegglippen: het anker slipt, pakt niet, houdt niet; een touw laten slippen, door de handen laten glijden; iets laten slippen, het opgeven of zich er niet meer mee bemoeien ; de goede gelegenheid laten slippen, ontsnappen, er geen gebruik van maken; — door de vingers...

Lees verder
1948
2021-04-22
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

slippen

glippen, uitglijden; zijwaarts uitglijden (fiets auto).

1933
2021-04-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Slippen

1° Van landvoertuigen, is het uitglijden der wielen. ➝ Slipgevaar. 2° S. van een vliegtuig noemt men het zijdelings doen glijden van een vliegtuig om dit bij het zweven snel hoogte te doen verliezen bij geringe voorwaartsche verplaatsing.

Lees verder
1900
2021-04-22
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

slippen

Maken van een sleuf in het einde van een stuk hout, zodat een open pengat ontstaat.

1898
2021-04-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SLIPPEN

SLIPPEN - (slipte, heeft geslipt), glijden, uitglijden: mijn fiets, ik slipte, door de gladheid gleed mijn fiets uit; — het anker slipt, pakt niet, houdt niet; — een touw laten slippen, door de handen laten glijden; —iets laten slippen, iets opgeven, van iets afkomen; — de goede gelegenheid laten slippen, ontsnappen, er ge...

Lees verder