Wat is de betekenis van slip?

2020
2021-04-22
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

slip

Het begrip slip heeft 6 verschillende betekenissen: 1) strakke pijploze onderbroek. strakzittende onderbroek zonder pijpen. 2) afhangende punt. afhangende punt, hoek of strook van een kledingstuk, doek of kleed. 3) strook. strook, meestal van papier, met daarop informatie over bijvoorbeeld het salaris, een aankoop of een beta...

Lees verder
2018
2021-04-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

slip

slip - zelfstandig naamwoord 1. korte broek die je onder je andere kleding draagt ♢ het meisje droeg een slipje met bloemen erop Zelfstandig naamwoord: slip de slip de slippen h...

Lees verder
2001
2021-04-22
Internet woordenboek

Uitgave 2001 [draft]

SLIP

- Serial Line Internet Protocol Protocol voor TCP/IPverbindingen via een point-to-point-verbinding, zoals een telefoonlijn (bij dial-up SLIP). Veel Internet-providers bieden SLIP-verbindingen aan (en PPP-verbindingen), zodat volledige TCP/IP-toegang tot Internet via een telefoonlijn mogelijk is. Zie ook: CSLIP, dial-up SLIP.

Lees verder
1995
2021-04-22
Martin Bannink

Auteur internet.taal (1995)

SLIP

Acroniem voor 'Serial Line Internet Protocol': een standaard om een (digitale) computer over een (seriële) telefoonlijn met andere computers te kunnen laten communiceren. 'SLIP' is vrijwel hetzelfde als 'PPP', maar dan iets ouder (en als er 'whizzkids' zijn die de details willen weten: zoek de betreffende RFC's erop na). Het enige dat bij 'SLIP' te...

Lees verder
1994
2021-04-22
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Slip

[OEng. slippe, van MNed. slippe = slip aan een kledingstuk, pand (pandjesjas), van slippen = splijten] 1 strook drukproef; 2 [via Eng. = damesondergoed] bep. onderbroekje (voor dames en heren).

Lees verder
1993
2021-04-22
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Slip

onderbroekje; afhangende punt; uitstekend deel; uitglijding

1987
2021-04-22
Reclame woordenboek

Frans van Lier - 1987

Slip

Lange strook papier, te gebruiken voor een strokenproef.

1972
2021-04-22
ABC van de Hengelsport

Schrijver op Ensie

Slip

Slip - (zie Werpmolens).

1970
2021-04-22
Antiek encyclopedie

De grote encyclopedie van antiek

Slip

een vloeibaar mengsel van klei en water, en eventueel kleurstof, dat wordt aangebracht op een stuk keramiek, voordat het gebakken wordt. Het wordt gebruikt om er een versiering mee aan te brengen, om aan de pot een speciale kleur te geven, of om te dienen als onderlaag voor een versiering of voor glazuur (engobe).

1952
2021-04-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Slip

s., flip(pe), slippe.

1950
2021-04-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

SLIP

I. v. (-pen), 1. (Zuidn.) spleet, split, insnijding: wij maken de slip maar wat dieper (Conscience); 2. afhangend deel, afhangende punt van een kledingstuk: de slippen van een hemd; een jas met slippen; — iem. bij de slippen grijpen, hem aanhouden om zijn hulp in te roepen of zijn aandacht te vragen; (ook) hem bel...

Lees verder
1949
2021-04-22
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Slip

(1), bij eenasynchrone draaistroommotor het achterblijven van liet anker bij het draaiveld, dat in percentages wordt uitgedrukt; (2) het glijden van een drijfriem over een riemschijf.

Lees verder
1948
2021-04-22
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

slip

(Eng.) lange halsdas met grote slippen.

1933
2021-04-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Slip

Het verschil tusschen den ➝ spoed van de scheepsschroef en den werkelijk afgelegden weg door het water bij één omwenteling.

1898
2021-04-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Slip

Het begrip slip heeft 3 verschillende betekenissen: 1. slip - SLIP - v. (-pen), hoek, uiteinde; afhangend gedeelte : de slippen van een hemd; eene jas met slippen; de slip (punt) van eene das; de slippen van een lijkkleed, — (plantk.) deelen van een ingesneden orgaan. SLIPJE, o. (-s). 2. slip - SLIP - o. slip vangen, zijn doel niet bereiken...

Lees verder