Wat is de betekenis van slimmerik?

2020
2022-08-08
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

slimmerik

slim persoon. iemand die slim is; slim persoon; slimmerd. Ook wel ironisch gebruikt voor iemand die juist helemaal niet slim is. Voorbeelden: Een slimmerik heeft hier het domein hier.is aangevraagd, zodat er nu adressen bestaan als hier.is/jaap. Reformatorisch Dagblad, 2002 De vrees voor 'dertien gasten aan tafel&...

Lees verder
1950
2022-08-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

SLIMMERIK

m. (-en), (vooral Zuidn.) slimmerd.

1937
2022-08-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

slimmerik

m. slimmeriken (geslepen, schrander, vindingrijk persoon; dikwijls ir.): die slimmerik.

1898
2022-08-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SLIMMERIK

SLIMMERIK - m. (-en), (Zuidn.) slimme, vlugge jongen.