Wat is de betekenis van sleuf?

2020
2021-09-23
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

sleuf

(2009) (plat) vrouwelijk geslachtsdeel. Eigenlijk: een smalle lange groef of uitholling. Vgl. gleuf*; spleet*. • 'Toef, sleuf, zure hut,' vervolgde Olga. 'Kerf,mossel, kloof, schotwond,' vulde ik aan En zo ... Er kwamen ook acteurs naar De Vagina Monologen kijken – zoals de mensen van Het Werktheater. (Corry Brokken & Jacqueline de J...

Lees verder
2018
2021-09-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

sleuf

sleuf - zelfstandig naamwoord 1. diepe, smalle rand ♢ er zijn verticale sleuven in de pilaar aangebracht 2. langwerpige opening waar je iets doorheen kunt doen ♢ in deze spaarpot zit een sleuf Zelf...

Lees verder
1952
2021-09-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Sleuf

s., slûf, slúf.

1950
2021-09-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Sleuf

v. (...ven), 1. smalle groef, uitholling, gleuf: de sleuven in een pilaar; sleuf van een blok; (plantk.) helmknoppen die met sleuven openspringen; 2. langwerpige opening waardoor men iets in een ruimte kan brengen of er uit werpen: de sleuf van een spaarpot, van een brievenbus; door de sleuf van de pantserkoepel stee...

Lees verder
1898
2021-09-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SLEUF

SLEUF - v. (...ven), (bouwk.) groeve, gootsgewijze uitholling : sleuf in een pilaar ; (plantk.) helmknoppen die met sleuven openspringen; sleuf van een blok; — smalle opening : de sleuf van een spaarpot; sleuf van eene brievenbus. SLEUFJE, o. (,-s).

Lees verder