Wat is de betekenis van sint?

2020
2021-08-02
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Sint

Friese naam. Zie Sindbald (verklaring bij het eerste lid), Sent en sind-. Ook is samentrekking uit Sî-nôth mogelijk, waarin het eerste lid waarschijnlijk te vergelijken is met Gotisch sineigs 'oud', dat in namen slechts versterkende betekenis kreeg; het tweede lid is -nand 'wagend, dapper', vergelijk Gotisch nanthjan 'wagen' (zie ook Ferdinand). Te...

Lees verder
2019
2021-08-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

sint

sint - Zelfstandignaamwoord 1. (religie) heilige 2. Sinterklaas

Lees verder
2018
2021-08-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

sint

sint - zelfstandig naamwoord 1. iemand die heel vroom is geweest en goede werken heeft verricht ♢ Anton is vernoemd naar de heilige Antonius 1. een afgezette sint [die vroeger heel machtig was, maar nu niet meer...

Lees verder
1993
2021-08-02
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Sint

heilige

1964
2021-08-02
voornamen

Voornamenboek

Sint

m Fri. naam. Vgl. het eerste lid van Sindbald en zie ook Sent, sind-. Ook is samentrekking uit Sî-nôth mogelijk, waarin het eerste lid waarschijnlijk te vergelijken is met Got. sineigs 'oud', dat in namen slechts versterkende betekenis kreeg. Het tweede lid is -nand 'wagend, dapper1, vgl. Got. nanthjan 'wagen' (...

Lees verder
1952
2021-08-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Sint

s., sint.

1950
2021-08-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Sint

I. bn., heilig (voor namen van personen geplaatst, die de R.-K. Kerk heilig verklaard heeft, dikwijls verkort tot St.): Sint Pieter; [i]St. Jan[/i]; — vr. Sinte, b.v. Sinte Agnes; — ook in aardrijkskundige namen, namen van feesten, planten, dieren enz. die naar zulke heiligen heten (in dat geval met de naam verbonde...

Lees verder
1916
2021-08-02
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Sint

Sint - heilig, heilige; S. Juttemis: een dag, die nimmer zal aanbreken.

1898
2021-08-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Sint

Het begrip sint heeft 2 verschillende betekenissen: 1. sint - SINT - bn. heilig (voor namen van personen geplaatst, die de R.-K. kerk als heilig verklaard heeft, dikwijls verkort als S., St., Set.): Sint Peter; St. Jan; ook in aardrijkskundige namen, namen van feesten, planten, dieren enz., die naar zulke heiligen heeten: Sint-Petersburg; Sint Marg...

Lees verder