Wat is de betekenis van Simplex?

2020
2021-04-17
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

simplex

niet-samengesteld woord. Voorbeelden: Het heteroniem eperus [...] komt in het Oost-Vlaamse leniseringsgebied als eberus voor en heeft ook nog een variant met l-epenthese, t.w. epelrus. Alle drie deze vormen worden in het huidige taalgevoel als simplexen gepercipieerd, wat ondermeer te merken is aan het woordaccent. http://allserv.r...

Lees verder
2000
2021-04-17
Plantennamen

Verklarend woordenboek der wetenschappelijke namen van de in Nederland en Nederlandsch-Indië in het wild groeiende en in tuinen en parken gekweekte varens en hoogere planten door Dr. C. A. Backer (1936)

simplex

simplex, - (Lat.) enkelvoudig, eenvoudig, onvertakt, met enkelvoudige bladeren.

1994
2021-04-17
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Simplex

[Lat] 1 enkelvoudig, eenvoudig, simpel; - sigillum veri, eenvoud is het kenmerk (zegel) van het ware; 2 vaak mv simplicia: niet-samengestelde geneesmiddelen.

Lees verder
1993
2021-04-17
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Simplex

enkelvoud (taalk.)

1985
2021-04-17
Woordenboek automatisering

Henk Biemond - 1985

Simplex

Simplex Gegevenstransmissie in slechts één richting.

1954
2021-04-17
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Simplex

Lat. voor enkelvoudig, speciaal in farmaceutische termen, bijv. sirupus simplex is gewone suikerstroop.

1950
2021-04-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Simplex

o., (spraakk.) 1. enkelvoud. 2. enkelvoudig woord, in tegenst. met compositum.

Lees verder
1948
2021-04-17
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

simplex

(Lat.) o. het eenvoudige; ~ sigillum veri, eenvoud is het kenmerk van het ware.

1939
2021-04-17
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Simplex

(Lat. adj. simplex = enkelvoudig). Het w-dimensionale analogon van den driehoek in het platte vlak en van het viervlak in de driedimensionale ruimte. De naam is ingevoerd door P. H. Schoute (1846—1913).

Lees verder
1937
2021-04-17
Scholastiek Lexicon

Latijns-Nederlandsch

SIMPLEX

Enkelvoudig, eenvoudig, onvermengd. Omne simplex, esse suum et id quod est, unum habet, S. THOMAS, COMM. IN BOETHII DE HEB DOMADIBUS CAP. 2, Bij een enkelvoudig wezen zijn zijn en watheid één. — Prima simplicia definiri non possunt, S. THOMAS, COMM. IN IX METAPHYS. LEGT. 5, De eerste enkelvoudige dingen kunnen n...

Lees verder
1933
2021-04-17
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Simplex

(Lat.) = enkelvoudig; 1° Liturg, onderscheidingsterm, oorspr. voor feesten, die een enkelvoudig officie hadden, terwijl andere, waarvan het nachtofficie dubbel was, duplicia (→ Duplex) werden genoemd. Later gingen de termen ook over op zekere Zonen weekdagen, en werden louter rangsbepalingen. Heden hebben feesten van den ritus s. slechts e...

Lees verder
1923
2021-04-17
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Simplex

(Lat.), eenvoudig; meerv. onz. Simplicia, geneesmiddelen, gelijk de natuur ze oplevert; in het algemeen: geneeskruiden.

1916
2021-04-17
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Simplex

Simplex - algemeene naam voor het lichaam in n afmetingen, dat door n + 1 platte ruimten van n 1 afmetingen wordt begrensd. In ’t platte vlak (n = 2) is het s. de driehoek, in onze ruimte van 3 afmetingen (n = 3) is het s. het viervlak.