Wat is de betekenis van sierlijk?

2019
2022-12-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

sierlijk

sierlijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. met gratie De duiker maakte een sierlijke sprong . Woordherkomst Naamwoord van handeling van sieren met het achtervoegsel -lijk Verwante begrippen bevallig, elegant, esthetisch, geraffineerd, gracieus, modieus, net, zwierig

Lees verder
2018
2022-12-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

sierlijk

sierlijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: sier-lijk 1. met vloeiende lijnen of bewegingen ♢ hij schreef zijn naam in sierlijke letters Bijvoeglijk naamwoord: sier-lijk ... is sierlijker dan ... ...

Lees verder
1973
2022-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

sierlijk

bn. en bw. (-er, -st), geschikt om te versieren, zo dat het siert, fraai, bevallig, elegant: — schrijven, spreken; zich — kleden; een sierlijke beweging.

1952
2022-12-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Sierlijk

adj. & adv., sierlik.

1950
2022-12-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Sierlijk

bn. bw. (-er, -st), zo dat het siert, fraai, net, bevallig, elegant: een sierlijke handbeweging; — sierlijk schrijven, spreken-, zich sierlijk kleden-, —sierlijk streepklokje, een zwam (Psathyra gracilis).

1948
2022-12-07
Spaans woordenboek (SP-NL) 1948

Dr. C.F.A. van Dam

Sierlijk

-, bevalligheid, atildar, een tilde op de n zetten; laken, gispen, misprijzen; optooien, uitdossen, atinado, juist, treffend, raak. atinar, treffen (bij het schieten); raden;

1937
2022-12-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

sierlijk

bn., bw. (geschikt om te versieren; fraai bewerkt, bevallig, elegant): een rij van sierlijke villa’s; de sierlijke kledij der ridders en edelvrouwen; zich sierlijk uitdrukken; sierlijk stellen.

1898
2022-12-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SIERLIJK

SIERLIJK - bn. bw. (-er, -st), fraai, net, bevallig, elegant: zich sierlijk kleeden; eene sierlijke handbeweging ; sierlijk schrijven, spreken. SIERLIJKHEID, v. (...heden).

Lees verder
1898
2022-12-07
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Sierlijk

zie Net.