Wat is de betekenis van shock?

2022
2023-01-28
vindpunt

Vindpunt.nl

shock

(zelfstandig naamwoord) schoktoestand, zenuwschok schok, (psychische) klap, opdoffer, dreun

Lees verder
2019
2023-01-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

shock

shock - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch) een toestand die ontstaat door acute te geringe bloedtoevoer naar weefsels door ondervulling van het slagaderlijk systeem.<br>Let op, emotionele of psychologische shock heeft niets met het medische begrip shock te maken!! De patiënt is in een acute shock...

Lees verder
2010
2023-01-28
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

shock

1) Verzamelnaam voor plotselinge lichamelijke toestanden die door een ernstig letsel of ernstige ziekte komen; 2) stoornis in je gevoelens door een emotionele gebeurtenis; 3) elektrische stroomstoot, gebruikt bij de behandeling van sommige hersenziektes. Dit woord heeft dus drie heel verschillende betekenissen. 1) Meestal wordt met ‘shock’ een toe...

Lees verder
2007
2023-01-28
Pim van Lommel

Eindeloos bewustzijn

Shock

Lage bloeddruk.

1994
2023-01-28
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Shock

[Eng., van Fr. choc = schok] (med.) 1 ziekelijke toestand, veroorzaakt door veranderde bloedsamenstelling na ernstige verwonding of door verlamming van de bloedvaten na een ernstige zenuwaandoening; 2 kunstmatig veroorzaakte toestand van shock, bijv. d.m.v. elektrische stroom (elektroshock) ter behandeling van sommige...

Lees verder
1993
2023-01-28
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Shock

lichaamsstoornis ten gevolge van een ongeval, een hevige emotie of een ziekteaanval

1981
2023-01-28
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

shock

ziektetoestand waarbij de bloeddoorstroming van het lichaam sterk gestoord is. Het kan veroorzaakt worden door een ongeval, groot bloedverlies, verbranding e.d.; kenmerken: bleke, klamme huid, lage temperatuur, bewusteloosheid.

1981
2023-01-28
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Shock

een plotselinge gebeurtenis, waardoor de hele mens diepgaand verandert (hevige aandoening). Psychische s. leidt bij mensen met een labiel vegetatief zenuwstelsel tot zenuwshock (trillen, uitbreken van zweet, huilkrampen, gillen, hartkrampen, braken, enz.). Lichamelijke s.: bleek vervallen uiterlijk, spitse neus, kleine dradige pols, uitbreken van z...

Lees verder
1974
2023-01-28
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

shock

(Eng., = stoot), toestand die optreedt door een plotselinge niet juiste verhouding tussen de capaciteit van het bloedvatenstelsel en de inhoud ervan. Vooral optredend na veel bloedverlies ; het overgebleven bloed kan dan het bloedvatenstelsel niet meer vullen.

1973
2023-01-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Shock

[Eng.], m. (-s), 1. (pathologie) ziektetoestand ontstaan door een min of meer plotseling opgetreden wanverhouding tussen de totale capaciteit van het bloedvatenstelsel en de inhoud daarvan (e); 2. kunstmatig opgewekt insult, toegepast als geneesmethode bij geestelijke stoornissen, shocktherapie. Shock ontstaat meestal door bloedverlies en/of door...

Lees verder
1965
2023-01-28
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

SHOCK

traumatische schok die een verstoring van het organisme veroorzaakt. Een psychische schok is het gevolg van een plotselinge gebeurtenis waardoor iemands bestaan op ingrijpende wijze gewijzigd wordt en waaraan men zich niet aanstonds kan aanpassen.

1955
2023-01-28
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Shock

(zenuw)schok, verlamming door plotseling sterke prikkeling van zintuigzenuw; shocktherapie: geneeswijze van zenuwzieken door electrische schok of geneesmiddel.

1954
2023-01-28
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Shock

1. de Engelse term voor een ziektetoestand, meestal door een ongeval (soms ook door een acute ziekte-aanval) teweeggebracht, het voornaamste kenmerk is een tekortschieten van de perifere bloedsomloop in verband met een stoornis in de vocht-stofwisseling (abnormale doorlaatbaarheid van de vaatwanden van de haarvaten door een tekortschieten van de bi...

Lees verder
1951
2023-01-28
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

shock

I. 1. schokt, botsing; zenuwaandoening; schrik, onaangename verrassing; 2. schokken, een schok geven; aanstoot geven, ergeren; be shocked at, aanstoot nemen aan, zich ergeren over. II. 1. stuik, hok [hoop graanschoven]; 2. aan stuiken of hokken zetten. III. bos haar, „pruik".

Lees verder
1950
2023-01-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Shock

(Eng.), m., (geneesk.) reflectorische verlamming door plotselinge sterke prikkeling van een zintuigzenuw.

1949
2023-01-28
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Shock

(Eng., schok), plotseling intredende heftige stoornis in het organisme, voorbijgaand of dodelijk; ontstaat o.a. door in de nabijheid barstende granaten (Shellshock). De patiënt kan tijdelijk het spraakvermogen verliezen en vertoont angstverschijnselen. Zenuwschokken kunnen veroorzaakt worden door groot bloedverlies en uitgebreide verbrandingen...

Lees verder
1948
2023-01-28
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

shock

(Eng.) m. hartverlamming als gevolg v. e. plotselinge en hevige zenuwschok bv. bij verwonding.

1933
2023-01-28
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Shock

(Eng., = stoot) (geneesk.). Men spreekt van een shockwerking, als door een plotseling sterke prikkeling van een zintuigzenuw, bijv. door een stomp in den buik, een intensief geluid, reflectorisch een sterke verlammende werking op het hart of het zenuwstelsel wordt uitgevoerd. Bij inbrengen van een soort-vreemd eiwit in de bloedbaan kan er een paral...

Lees verder
1929
2023-01-28
Geneeskundige Encyclopaedie 1929

Dr. Ch. Bles

Shock

de toestand waarin iemand verkeeren kan na een heftige inwerking van geweld. Men onderscheidt een torpiden S., waarbij de lijder stil, apathisch neerligt, de oogen in de verte starend, huid en slijmvliezen bleek, het gelaat met koud zweet bedekt, met zwakke, onregelmatige hartswerking, een lage lichaamstemperatuur (35 à 36° C.) en...

Lees verder
1923
2023-01-28
Pinkhof 1923

Pinkhof geneeskundig woordenboek

Shock

(Eng., stoot), de reflectorische verlammende invloed, die op het hart wordt uitgeoefend òf door een plotselingen hevigen schok, welke een groot aantal uiteinden van gevoelszenuwen treft, vooral als de buik hevig wordt getroffen; òf door eiwitstoffen, die niet in het organisme thuisbehooren (artfremd) (vgl. Anaphylaxie); òf door...

Lees verder