2019-11-18

Sector

(1) de indeling van werknemers werkzaam bij de overheid, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en de particuliere bedrijven (Dickman, Dorenbos, e.a. 1995); (2) de samenvoeging van opleidingen die gericht zijn op één arbeidsmarktsector dan wel op één beroepencategorie. Voor zorg en welzijn zijn de volgende sectoren van belang: de sector ‘zorg en welzijn’ in het VBO, de sector ‘dienstverlening en gezondheidszorg’ in het mbo en de sectoren ‘hoger sociaalagogisch onderwijs’ en ‘...

2019-11-18

Sector

Sector is de verzameling van werkzaamheden, gericht op de productie van bepaalde goederen en diensten. Het gaat hierbij niet alleen om activiteiten van het bedrijfsleven, maar ook om activiteiten van niet op winst gerichte instellingen en de overheid.

2019-11-18

Sector

Geheel van bedrijven. Onderscheid wordt gemaakt in primair: onttrekken grondstoffen aan de natuur; secundair: verwerken grondstoffen, halffabrikaten tot nieuwe producten; tertiar: verlenen van diensten met winstoogmerk en quartair: verlenen van diensten zonder winstoogmerk.

2019-11-18

sector

sector - branche, bedrijfstak.

2019-11-18

sector

sector - zelfstandig naamwoord uitspraak: sec-tor 1. afdeling in de samenleving ♢ de economische sector doet het goed Zelfstandig naamwoord: sec-tor de sector de sectoren het sectortje

2019-11-18

SECTOR

SECTOR - m. (-s, -en), (wisk.) dat deel van een cirkelvlak dat door een cirkelboog en twee stralen wordt ingesloten ; bolvormige sector, een meetkundig lichaam dat ontstaat door een cirkelsector om een der begrenzende stralen te laten wentelen ; — ontleder.

2019-11-18

Sector

Sector - oppervlaktedeel, begrensd door een boog van een kromme lijn en twee rechte lijnen, die de uiteinden van den boog met een punt buiten den boog (centrum) verbinden. In ’t bijzonder spreekt men van sector, als het centrum samenvalt met een voor de kromme lijn belangrijk punt, zooals het middelpunt van een cirkel of van een ellips, of het brandpunt van een ellips. De oppervlakte van een cirkelsector is gelijk aan het halve product van booglengte en straal. Laat men een cirkelsector wentel...

2019-11-18

Sector

Sector of cirkelsector, zie onder Cirkel.

2019-11-18

sector

sector - m. (wisk.) deel van eenen cirkel; ontleder

2019-11-18

sector

sector - m., deel van een cirkel begrepen tusschen twee stralen en een boog.

2019-11-18

sector

m. 1 clrkelstuk, begrepen tussen twee stralen en een boog; 2 afdeling.

2019-11-18

Sector

(meetk.), 1° Deel van een plat vlak, begrensd door een kromme en twee rechte lijnen (bijv. cirkelsector, → Cirkel). 2° Deel der ruimte, begrensd door een gebogen oppervlak en een kegelvlak (bijv. bolsector, → Bol).