Wat is de betekenis van score?

2022
2022-10-06
vindpunt

Vindpunt.nl

score

(zelfstandig naamwoord) [alg.] resultaat, puntenaantal, puntentotaal - Met een puntentotaal van minstens 75 ben je geslaagd. [sport] uitslag, stand - Vandaag heeft Ajax tegen Anderlecht gespeeld. Wat was de uitslag? [onderzoek] uitslag, (test)resultaat; uitkomst [alg.] filmmuziek, partituur - Ennio Morricone heeft de filmmuziek van talloz...

Lees verder
2018
2022-10-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

score

score - zelfstandig naamwoord uitspraak: sco-re 1. aantal punten dat is behaald ♢ je score voor deze oefening is 100% Zelfstandig naamwoord: sco-re de score de scores

Lees verder
2009
2022-10-06
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

score

(de; -s) 1 - aantal slagen inclusief strafslagen die op een hole zijn gemaakt syn. holescore. 2 - aantal slagen inclusief strafslagen die voor alle holes bij elkaar rijn gemaakt, syn. totaalscore.

Lees verder
2009
2022-10-06
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

score

(de; -s) - aantal behaalde punten voor een wedstrijdoefening, bv. bij een- wielfietsen of kunstrijden, toegekend na beoordeling en waardering door een jury, nadat eventuele strafpunten zijn afgetrokken, syn. eindscore, totaalscore. • Bij freestyle eenwielfietsen is de score voor iedere skill vastgesteld, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad, je he...

Lees verder
2008
2022-10-06
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

score

(de; -s) GY - aantal behaalde punten voor een wedstrijdoefening op een turntoestel, toegekend na beoordeling en waardering door een jury, nadat eventuele strafpunten zijn afgetrokken. • Bij het vaststellen van de cijfers/score zijn de juryleden verplicht zich bij hun werkzaamheden op een onbevooroordeelde en gewetensvolle wijze te houden aan de bep...

Lees verder
2003
2022-10-06
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

score

score - Onderdeel van een belegging in American Trust Unit. Dit deel geeft geen recht op dividend en stemrecht en biedt alleen kans op waardestijging. Zie ook prime.

1998
2022-10-06
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

score

1. Het aantal punten dat op een spel is behaald. Zie ook: puntentelling bij wedstrijdbridge 2. Het aantal punten of het percentage dat in een wedstrijd of deel daarvan is behaald.

Lees verder
1994
2022-10-06
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Score

[Eng., van ONoors skor- kerf, keep] aantal behaalde punten bij spel, stand van door partijen behaalde punten.

1993
2022-10-06
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Score

behaalde punten; uitslag

1974
2022-10-06
ABC van de Tennissport

Schrijver op Ensie

Score

Stand (van het spel).

1973
2022-10-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Score

[Eng.], m. (-s), (sport) aantal punten in een wedstrijd behaald; (ook) uitslag, verhouding van de gemaakte punten.

1955
2022-10-06
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Score

het aantal behaalde punten in een wedstrijd of spel; de aantekening daarvan

1951
2022-10-06
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

score

I. 1. kerf, keep, insnijding; (dwars)streep, lijn, striem; 2. rekening, gelag; 3. aantal behaalde punten, stand; 4. succes; rake zet; bof, tref; 5. twintig(tal); 6. partituur; four score, tachtig; scores of times, ook: talloze malen; at score, dat het een aard heeft; by (in) scores, bij dozijnen, bij hopen; on that dienaangaande, wat dat betreft; o...

Lees verder
1950
2022-10-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Score

(Eng.), v. (-s), (sport) aantal punten in een wedstrijd behaald; (ook) uitslag, verhouding der gemaakte punten.

1948
2022-10-06
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

score

(Eng.) v. een twintigtal; inkeping; aantekening der behaalde punten; (ook:) dat aantal zelf.

1939
2022-10-06
X-Y-Z der Muziek

Casper Howler

Score

partituur (E.).

1937
2022-10-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

score

v. scores (Eng. een twintigtal; inkeping; [aantekening der] behaalde punten).

1930
2022-10-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

score

(sko:r) m. (-s) [Eng.] Sport. 1. aantal punten in een wedstrijd behaald. 2. Uitbr. uitslag, verhouding der gemaakte punten.

Lees verder
1928
2022-10-06
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Score

is een Engels woord. Oorspronkelijk betekent het twintigtal, verder aantekening (op den kerfstok) en tegenwoordig, in de sporttaal, het behaalde aantal punten bij enig spel. Men heeft van dit woord het bastaard-werkwoord „scoren” gemaakt, een aantal punten behalen.

Lees verder
1914
2022-10-06
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

score

score - v., een twintigtal; inkeeping; het aantal behaalde punten in een wedstrijd of spel;ook: de aanteekening daarvan.