Wat is de betekenis van SCHOREN?

1973
2021-10-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

schoren

(schoorde, heeft geschoord), met of als met een schoor stutten, steunen, schragen: een muur, een schip –; ook fig.

1955
2021-10-16
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Schoren

(Barg.) goederen, voorwerpen van alle aard; schore boel: gestolen goederen.

1952
2021-10-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Schoren

v., skoarje.

1950
2021-10-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Schoren

(schoorde, heeft geschoord), met of als met een schoor stutten, steunen, schragen; een muur, een boom, een schip schoren ; ook fig.

1949
2021-10-16
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

schoren

goederen, in tegenstelling met geld. Daar is geen poen te vinden, willen we 't schoren maar meenemen? Gejatte schoren, gestolen goederen. Een kist schoren, een baal goederen. Goeie schoren. Op de schoren tippelen, uitgaan op diefstal van onbeheerdstaande goederen.

Lees verder
1898
2021-10-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SCHOREN

SCHOREN - (schoorde, heeft geschoord), stutten, steunen, schragen : een muur, een boom, een schip schoren; (ook fig.). SCHORING, v. (-en).