Wat is de betekenis van Schoonheid?

2018
2023-02-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

schoonheid

schoonheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: schoon-heid 1. het mooi zijn ♢ we bewonderden de schoonheid van het landschap 2. een mooi meisje of een mooie vrouw ♢ zijn vriendin is een schoonhei...

Lees verder
1992
2023-02-06
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Schoonheid

Eigenschap van een object die aanleiding geeft tot genot of bijval, waarbij de laatste rechtvaardiging behoeft in termen van de eigenschappen van het object. De term wordt in de huidige esthetica meestal vermeden als zijnde te eng, tenzij hij kunstmatig wordt uitgebreid tot esthetische waarde als zodanig; ook lelijkheid kan gewaardeerd worden, zoal...

Lees verder
1973
2023-02-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Schoonheid

v. (-heden), 1. de eigenschap van schoon te zijn, van personen en zaken; ook als algemeen begrip (categorie): de eredienst van de schoonheid; 2. eigenschap die ertoe bijdraagt een persoon of zaak schoon te doen zijn; een kuiltje in de kin geldt als een van de zeven schoonheden, een van de bijzondere lichamelijke eigenschappen; 3. bijzonder knap van...

Lees verder
1955
2023-02-06
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

SCHOONHEID

als transcendentale eigenschap (een eigenschap, die aan het zijnde als zijnde toekomt) bestaat hierin, dat al wat is, overeenkomt met de goddelijke Idee, volgens welke het wordt geschapen, en dat het juist zó is als God wil dat het is. Schoonheid als eigenschap van iets, dat uit artistieke ,,scheppings”-macht is voortgekomen, moet vanu...

Lees verder
1952
2023-02-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Schoonheid

s., skientme, moaijens, sierlikens.

1950
2023-02-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Schoonheid

v. (...heden), 1. de eigenschap van schoon te zijn, van personen, stoffelijke en onstoff. zaken: ook als alg. begrip (categorie): de eredienst der schoonheid; — (collect.) het geheel der dingen die schoon zijn: schoonheid voortbrengen; 2. eigenschap die er toe bijdraagt een persoon of zaak schoon te doen zijn: de schoonheden...

Lees verder
1937
2023-02-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

schoonheid

v. schoonheden in bet. 3, 4, 5 (1 de hoedanigheid schoon te zijn, de omstandigheid, dat een persoon of zaak behaaglijk voor oog of oor is; 2 het geheel der dingen, die de hoedanigheid schoon te zijn bezitten; tot dit geheel behorende dingen; 3 eigenschap, die er toe bijdraagt een persoon of zaak schoon te doen zijn; 4 schoon bestanddeel van een lan...

Lees verder
1933
2023-02-06
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Schoonheid

➝ Schoon.

1930
2023-02-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

schoonheid

('scho:nheit) v. (...heden) I. Eig. het schoon zijn. II. Metn. 1. Algm. wie of wat schoon is. 2. Inz. schone (1).

Lees verder
1926
2023-02-06
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Schoonheid

Hoewel door Gods bestel de zin voor ’t schoone veel sterker bij de Grieken dan bij Israël uitkomt, terwijl de religieuze zin zich bij dit laatste volk veel krachtiger dan bij het eerstgenoemde uitsprak, meene men daarom niet, dat Gods Woord afwerend tegenover ’t schoone staat. De Bijbel is zelf een gewrocht van uitnemende schoonhei...

Lees verder
1908
2023-02-06
Vivat

Schrijver op Ensie

Schoonheid

het grondbegrip der aesthetiek, duidt een volkomen overeenstemming tusschen idee en vorm, tusschen geestelijken inhoud en uitwendige gedaante aan, of de volkomen samensmelting van het geestelijke en het zinnelijke. In het gewone spraakgebruik wordt 'in de natuur en in de kunst elke vorm, die het oog bekoort, of in het algemeen aangenaam aandoe...

Lees verder
1870
2023-02-06
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Schoonheid

zie Aestletiek.

1844
2023-02-06
vrijmetselaren

Woordenboek voor vrijmetselaren, 1844

Schoonheid

SCHOONHEID. Is de benaming van den derden grondpilaar van eene Loge. In de Orde van HERODOM van Kilwinning heet de tweede Opziener beauté (schoonheid).