Wat is de betekenis van Schoonheid?

2018
2021-01-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

schoonheid

schoonheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: schoon-heid 1. het mooi zijn ♢ we bewonderden de schoonheid van het landschap 2. een mooi meisje of een mooie vrouw ♢ zijn vriendin is een schoonhei...

Lees verder
1992
2021-01-27
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Schoonheid

Eigenschap van een object die aanleiding geeft tot genot of bijval, waarbij de laatste rechtvaardiging behoeft in termen van de eigenschappen van het object. De term wordt in de huidige esthetica meestal vermeden als zijnde te eng, tenzij hij kunstmatig wordt uitgebreid tot esthetische waarde als zodanig; ook lelijkheid kan gewaardeerd worden, zoal...

Lees verder
1973
2021-01-27
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

schoonheid

v. (-heden), 1. de eigenschap van schoon te zijn, van personen en zaken; ook als algemeen begrip (categorie): de eredienst van de –; 2. eigenschap die ertoe bijdraagt een persoon of zaak schoon te doen zijn; een kuiltje in de kin geldt als een van de zeven schoonheden, een van de bijzondere lichamelijke eigenschappen; 3. bijzonder knap van ui...

Lees verder
1955
2021-01-27
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

SCHOONHEID

als transcendentale eigenschap (een eigenschap, die aan het zijnde als zijnde toekomt) bestaat hierin, dat al wat is, overeenkomt met de goddelijke Idee, volgens welke het wordt geschapen, en dat het juist zó is als God wil dat het is. Schoonheid als eigenschap van iets, dat uit artistieke ,,scheppings”-macht is voortgekomen, moet vanu...

Lees verder
1950
2021-01-27
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Schoonheid

v. (...heden), 1. de eigenschap van schoon te zijn, van personen, stoffelijke en onstoff. zaken: ook als alg. begrip (categorie): de eredienst der schoonheid; — (collect.) het geheel der dingen die schoon zijn: schoonheid voortbrengen; 2. eigenschap die er toe bijdraagt een persoon of zaak schoon te doen zijn: de schoonheden...

Lees verder
1933
2021-01-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Schoonheid

➝ Schoon.

1926
2021-01-27
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Schoonheid

Hoewel door Gods bestel de zin voor ’t schoone veel sterker bij de Grieken dan bij Israël uitkomt, terwijl de religieuze zin zich bij dit laatste volk veel krachtiger dan bij het eerstgenoemde uitsprak, meene men daarom niet, dat Gods Woord afwerend tegenover ’t schoone staat. De Bijbel is zelf een gewrocht van uitnemende schoonhei...

Lees verder
1870
2021-01-27
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Schoonheid

zie Aestletiek.