Wat is de betekenis van schip?

2020
2021-12-08
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

schip

Het begrip schip heeft 4 verschillende betekenissen: 1) grote boot. boot van een tamelijk groot tot zeer groot formaat. Vooral gebruikt voor boten die worden ingezet op langere trajecten en die bestemd zijn voor het vervoer van passagiers of handelsgoederen, voor militaire doeleinden of voor grootschalige visserij; boten die dienen voor s...

Lees verder
2018
2021-12-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

schip

schip - zelfstandig naamwoord 1. voertuig waarmee je vaart ♢ het schip legde aan in de haven 1. schepen achter je verbranden [iets doen waardoor je niet meer terug kunt] 2. het...

Lees verder
2017
2021-12-08
Kadaster

Woordenboek van het Kadaster.

Schip

Een schip is een zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven, drijft of heeft gedreven.

2004
2021-12-08
Kunst ABC

meer dan 1000 termen

Schip

Ook: middenschip. Gedeelte van de kerk waar de gelovigen zich bevinden tijdens diensten, de ruimte met aan weerszijden zijbeuken, meestal ten westen van het transept.

2002
2021-12-08
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

Schip

Het schip is de middelste en grootste ruimte van een kerk; kan uit één beuk (2) bestaan of links en rechts uitgebreid zijn met nog een of meerdere z.g. zijbeuken die meestal lager zijn; m.o. middenschip of middenbeuk, zijschip of zijbeuk, dwarsschip of dwarsbeuk of transept.

1998
2021-12-08
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Schip

1. een - met zure appelen, een flinke regen- of hagelbui die op komt zetten. Volkse vergelijking en cliché. ‘Een schip met zure appelen, wie zei dat ook weer bij het zien van zo’n lucht.’ (Marjan Berk: Een blonde rat, 1985) ‘Daar komt weer een schip met zure appelen aan’, stelt de vrouw uit Zeeland vast. Een felle plensbui, die blijkbaar op haar a...

Lees verder
1992
2021-12-08
Symbolen

Hans Biedermann

schip

als symbool een vaartuig dat hemellichamen, en met name de zon, (vaak in plaats van een wagen) door de hemel vervoert, of doden naar het hiernamaals. Op muurstenen van megalithische graven uit de jongere Steentijd zijn vaak schepen gegrift, die klaarblijkelijk moeten worden opgevat als symbolen voor de overvaart naar de ‘Eilanden der zaligen&...

Lees verder
1990
2021-12-08
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

schip

schip - Over het algemeen te gebruikien voor vaartuigen die groter en zeewaardiger zijn dan boten; worden meestal voortbewogen door zeilen of motoren.

1973
2021-12-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

schip

o. (schepen), 1. constructie voor vervoer te water (e): houten, ijzeren schepen; een zeewaardig —, dat in staat is de zee te bevaren; per —, (vervoerd) in een vaartuig; een — bevrachten, uitrusten enz.; de vlag dekt het —, niet de lading, in tijd van oorlog worden slechts de schepen der onpartijdigen geëerbiedigd, niet...

Lees verder
1952
2021-12-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Schip

s.n., skip (it).

1950
2021-12-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Schip

o. (schepen), 1. vaartuig van enigszins aanzienlijke afmetingen, bep. voor de zeevaart: houten, ijzeren schepen; een schip van 3000 ton; Liberty-schepen: een zeewaardig schip, dat goed zee bouwt; — per schip, (vervoerd) in een vaartuig; — een schip bevrachten, uitrusten, onttakelen enz.;...

Lees verder
1949
2021-12-08
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

schip

(z.h.) in het schip gaan, bedrogen worden.

1949
2021-12-08
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Schip

(1) De meeste schepen zijn voorzien van een dubbele bodem, die veelal over de gehele lengte doorloopt en die o.a. gelegenheid geeft voor het innemen van waterballast, zoet water en olie voor ketels en motoren. Bij passagiersschepen worden de bovenste dekken dikwijls ingericht voor het verblijf van passagiers en bemanning. Dwarsschotten scheiden het...

Lees verder
1937
2021-12-08
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

schip

o. schepen, scheepje (1 vaartuig van enigszins aanzienlijke afmetingen inz. bestemd voor de zeevaart; 2 afbeelding of nabootsing van een schip, als sieraad, kinderspeelgoed enz.; 3 hoofdruimte van een kerkgebouw inz. in onderscheiding van het koor): 1. schip en lading; grote schepen; een schip uitrusten, laden, lossen, bevrachten; het schip der woe...

Lees verder
1933
2021-12-08
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Schip

vaartuig v. zeer verschill. vorm en afmeting, i/d Oudheid voortbewogen door roeiers, toen door zeilen, na de 1e helft v/d 19e eeuw door stoom, sedert de uitvinding der dieselmotoren ook door motoren. Op de stoomschepen worden de ketels gestookt deels met gewone steenkolen, deels met poederkolen of ruwe olie. De afmetingen zijn sedert het einde der...

Lees verder
1933
2021-12-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Schip

1° (bouwkundig) zie ➝ Beuk. 2° Vaartuig, zie ➝ Scheepvaart.

Lees verder
1916
2021-12-08
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Schip

Schip - Schepen zijn roerende goederen (art. 566 B. W., art. 309 K.). Echter kan de levering van schepen, behalve ten aanzien van binnenschepen van minder dan 10 lasten niet anders geschieden dan bij akte overgeschreven in de ten kantore van bewaring van de hypotheken en het kadaster gehouden openbaar scheepsregisters (artt. 309, 748, 750 K. ; K. B...

Lees verder
1898
2021-12-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Schip

Schip - o. (schepen), vaartuig; dicht schip, dat niet lek is; — een bekwaam, zeewaardig schip, dat goed zee bouwt; — scherp schip, dat snel zeilt; — blank schip, dat schoongespoeld is; — een schip afdanken, uit de vaart brengen (wegens ouderdom of onzeewaardigheid); — een breed, smal, hoog getuigd schip; een diepga...

Lees verder
1870
2021-12-08
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Schip

Schip (Een) is in het algemeen een middel van vervoer te water, voorzien van toestellen tot eigen beweging. Zulk een vervoermiddel moet op het water kunnen drijven en eene gedaante hebben, die de gemakkelijkheid van beweging of de overwinning van allen tegenstand bevordert. Het dient zoodanig ingerigt te wezen, dat men de middelen der voortstuwing...

Lees verder